Geactualiseerd mei 2012
Vrijwilligersvergoeding
Inzet en betrokkenheid van personeel kun je niet afdwingen. In een aantal gevallen is de motivatie om te werken alleen het salaris om te kunnen voorzien in de noodzakelijkste levensbehoeften. Hierbij kunnen allerlei prachtige theorieën op worden losgelaten, zoals de motivatietheorie van Maslov. Deze theorie geeft aan dat mensen sterker gemotiveerd raken om te werken als er bepaalde vormen van zelfontplooiing mogelijk zijn. Tegenover het werk staat vooral de financiële beloning. Als dank voor getoonde inzet en betrokkenheid kan een immateriële waardering wonderen doen. Denk hierbij aan wat extra aandacht aan het gezin, het aanbieden van opleidingen en de mensen zich gewaardeerd laten voelen. Dit laatste kan bijvoorbeeld bevorderd worden door verantwoordelijkheid en de bijbehorende bevoegdheid te delegeren of mandateren aan het personeel.
Bij vrijwilligers ligt het nog moeilijker, want tegenover hun inzet staan geen directe materiële zaken. Hier zullen immateriële zaken als betrokkenheid bij de wijk, vriendschap met de andere vrijwilligers, of idee van nuttige tijdbesteding tegenover staan. Van belang is de waardering vanuit de inhuurders en het bestuur. Laat zien dat je waardering hebt voor het werk van de vrijwilligers door ze bijvoorbeeld toe te laten tot bestuursvergaderingen. Wellicht komt er in de nabije toekomst een bestuursfunctie vacant, waarin die vrijwilliger goed zou kunnen functioneren. Naast deze immateriële beloning komt het goed over als er aandacht geschonken wordt aan bijvoorbeeld de verjaardag of een jubileum. Een verjaardagskaartje en een telefoontje van de voorzitter c.q. bestuurder doet altijd goed. Naast het jaarlijkse vrijwilligersfeest kunnen kerstpakketten worden verstrekt en een attentie bij de verjaardag worden geschonken. Het belangrijkste blijft echter de voldoening die de vrijwilliger ervaart in zijn vrijwilligerswerk. Hij moet het gezellig vinden en goed overweg kunnen met de andere vrijwilligers en de inhuurders. Ook is de betrokkenheid van de partner van de vrijwilliger erg belangrijk. Tracht ook deze te interesseren voor vrijwilligerswerk.
Vrijwilligerswerk
Zo werkt het
Vrijwilligerswerk is werk waarvoor je niet betaald wordt. Het is werk dat gedaan wordt uit solidariteit, uit rechtvaardigheidsgevoel, met een sociaal of maatschappelijk doel. Het gebeurt bijna altijd in een groep of binnen een of ander organisatorisch verband.
Vrijwilligerswerk doe je uit vrije wil, uit eigen keuze, omdat je er zelf ook een belang bij hebt. Vrijwilligerswerk is voor niemand een verplichting, maar als je er aan begonnen bent, is het niet meer echt vrijblijvend. Vrijwilligerswerk is leuk (of interessant, of leerzaam) om te doen, maar het is meer dan een hobby.
Vrijwilligerswerk is niets nieuws. Het bestaat al meer dan honderd jaar. Veel van wat wij nu welzijnswerk noemen, is ooit door vrijwilligers begonnen: het buurthuiswerk, de kinderopvang, de reclassering. Vrijwilligerswerk zal er altijd zijn. Het houdt een maatschappij in beweging. Veranderingen, acties en nieuwe initiatieven worden heel vaak door vrijwilligers aangezwengeld.
Waarom kiezen mensen voor vrijwilligerswerk?
De redenen kunnen heel verschillend zijn:
- omdat ze iets voor een ander willen betekenen;
- omdat ze een zinvolle (vrije) tijdsbesteding willen;
- omdat ze nieuwe mensen willen leren kennen;
- omdat ze idealen hebben en die willen verwezenlijken;
- omdat ze werkervaring zoeken, bijvoorbeeld om kans te maken op betaald werk;
- omdat ze iets willen leren;
- omdat ze een bepaalde status zoeken, onmisbaar willen zijn.
Bij vrijwilligerswerk werken mensen samen, dus moeten er met elkaar afspraken gemaakt worden. Die afspraken kunnen mondeling maar ook schriftelijk worden gemaakt.
Belangrijk zijn de volgende punten
- Wat is de taak, en wanneer en met wie moet die worden uitgevoerd?
- Wordt ervoor gezorgd dat de mensen ingewerkt en begeleid worden?
- Krijgt men de reiskosten en andere onkosten vergoed?
- Heeft de organisatie een verzekering afgesloten voor de vrijwilligers?
- Is het mogelijk een cursus te volgen en is daar geld voor?
- Hoe is de inspraak geregeld en waar kan men terecht als men het ergens niet mee eens is?
- Wordt er een opzegtermijn verlangd als men wil stoppen?
- Juist omdat vrijwilligers niet met een echt arbeidscontract werken, is het extra belangrijk duidelijke afspraken te maken.
- Is er een klachtenregeling als er moeilijkheden zijn bij vrijwilligers?
- Zijn afspraken op papier gezet om misverstanden te voorkomen?
Vrijwilligerswerk met een uitkering
Mensen die een sociale uitkering hebben, kunnen ook vrijwilligerswerk doen.Meer informatie hierover is te verkrijgen bij de lokale vrijwilligerscentrale en bij de uitkeringsinstantie in je gemeente. Per gemeente zijn de voorwaarden anders geregeld.
Vrijwilligerswerk en bezuinigingen
Vrijwilligerswerk is onbetaald werk. Vrijwilligerswerk is niet helemaal gratis, want vrijwilligers maken onkosten, hebben materialen en begeleiding nodig en moeten, als het even kan, verzekerd zijn.
Maar vrijwilligerswerk is wel veel goedkoper dan betaald werk. Sommige mensen vinden dat de overheid misbruik maakt van vrijwilligers. Er wordt bezuinigd in de gezondheidszorg en in de buurthuizen, en de overheid lijkt er op te rekenen dat vrijwilligers het werk wel overnemen. Soms gebeurt dat inderdaad, maar vaak ook niet, omdat vrijwilligers het werk wel voor hun plezier willen blijven doen. Dit kan voor een organisatie leiden tot problemen.
Vrijwilligersvergoeding
De vrijwilligersvergoeding is een wettelijke regeling met het karakter van een onkostenvergoeding. Aan een vrijwilliger mag per maand maximaal € 150,- belastingvrij worden uitbetaald tot een maximum van € 1.500,- per jaar, zonder dat daarvoor bonnetjes en rekeningen hoeven te worden overlegd. De regeling is van toepassing op die dorps- en gemeenschapshuizen (stichtingen en verenigingen) die niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting of daarvan zijn vrijgesteld.
In augustus 2006 heeft de Belastingdienst via een mededeling een nadere invulling aan de vrijwilligersregeling gegeven door naast de maand- en jaarbedragen ook een vergoeding per uur vast te stellen. In de mededeling geeft de Belastingdienst aan dat geen sprake is van een marktconforme beloning wanneer een vrijwilliger die ouder is dan 23 jaar, een vergoeding van maximaal € 4,50 per uur ontvangt. Voor belastingvrije vergoedingen aan personen jonger dan 23 jaar en aan personen met een bijstandsuitkering bestaan andere bedragen, zie
belastingdienst, typ in: vrijwilligersvergoeding voor meer gegevens en voorbeelden.
De regeling kent een aantal voorwaarden:
- Uit de administratie van het dorps- of gemeenschapshuis moet blijken aan wie, waarvoor en gedurende welke periode is betaald.
- Als er een periode geen vrijwilligerswerk wordt verricht (vakantie, ziekte e.d.) dan mag er geen vergoeding worden uitbetaald.
- De vergoeding mag bij meer dan één organisatie worden ontvangen. De maximale vergoeding van € 1.500,- per jaar geldt dan voor de gezamenlijke bedragen die bij de verschillende organisaties als vrijwilligersvergoeding worden ontvangen.
- De werkzaamheden mogen 'niet bij wijze van beroep' worden uitgeoefend. Er wordt gekeken of de beloning van de vrijwilliger in overeenstemming is met het werk. Wanneer dit niet het geval is dan wordt het ook niet gezien als 'bij wijze van beroep' (een vrijwilligersvergoeding zal immers altijd lager zijn dan de kosten voor een beroepskracht).
- Zodra de vergoeding die door de vrijwilliger wordt ontvangen boven de genoemde forfaitaire bedragen uitkomt, moet de vergoeding plaats vinden op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
Werkelijk gemaakte kosten
Wanneer gemaakte kosten aantoonbaar zijn (bonnetjes e.d.) en volledig worden gedekt door een financiële vergoeding is er sprake van een reële onkostenvergoeding. Dit kan meer zijn dan de hiervoor genoemde € 1.500,-. Deze vergoeding mag echter niet bovenmatig zijn. Is er wel sprake van een bovenmatige vergoeding dan kan die vergoeding worden gezien als loon.
Als de vrijwilliger een vergoeding ontvangt voor daadwerkelijk gemaakte kosten die hoger is dan € 150,- per maand of € 1.500,- per jaar, dan is deze vergoeding toch belastingvrij. Het gaat dan immers om werkelijke kosten en niet om verkapt loon. Wel moet het bestuur van het dorps- of gemeenschapshuis in dat geval een opgaaf doen aan de Belastingdienst (IB 47-kaarten). Indien in een maand voor daadwerkelijk gemaakte kosten de €150 norm wordt overschreden, mogen die maand geen uren worden vergoed.
Reiskosten
Besturen kunnen vrijwilligers de kosten voor openbaar vervoer of vervoer met de eigen auto vergoeden. In principe zijn hiervoor twee manieren: de daadwerkelijk gemaakte kosten vergoeden of een vrijwilligersvergoeding verstrekken (maximaal € 150,- per maand met een maximum van € 1.500,- per jaar, zie hierboven).
Let op: een combinatie van deze twee manieren is niet mogelijk!!
De daadwerkelijk gemaakte kosten
De belastingvrije kilometervergoeding zoals deze voor werknemers is vastgesteld (€ 0,19) geldt, anders dan velen denken, niet zonder meer voor vrijwilligers. Bij het gebruik van de eigen auto kan door vrijwilligers namelijk gekozen worden voor een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Wanneer de totale onkostenvergoeding van de vrijwilliger (kilometerkosten inclusief andere gemaakte kosten) boven de € 150,- per maand of € 1.500,- per jaar komt, moet die vergoeding onderbouwd kunnen worden. Gebeurt dat niet, dan kan de belastingdienst dat uitleggen als een vorm van betaling en zal het als zodanig behandeld worden. Het bestuur van het dorps- of gemeenschapshuis moet daarom voor het niet onderbouwde deel van de kilometervergoeding een IB 47 formulier invullen. En de vrijwilliger zal het op de jaarlijkse belastingaangifte moeten vermelden als inkomen. Wanneer de totale onkostenvergoeding van vrijwilligers minder is dan € 150,- per maand en minder dan € 1.500,- per jaar, vindt er geen toetsing plaats aan de vraag of het gaat om de werkelijk gemaakte kosten.
Onderbouwing van de kilometervergoeding
De onderbouwing van reiskosten per openbaar vervoer is eenvoudig te onderbouwen door de vervoersbewijzen te overleggen. Bij gebruik van de eigen auto is dat lastiger omdat de daadwerkelijke kosten verschillen per merk en type. De
ANWB heeft staatjes met daarin de kosten voor bijna elk autotype. Hoewel dit niet de daadwerkelijke kosten zijn, is het wel bruikbaar voor de onderbouwing van de kilometervergoeding.
|