Geactualiseerd januari 2007
In opdracht van veel organisaties treedt wel eens een artiest op. In principe is men inhoudingsplichtig voor de artiest. De arbeidsverhouding van een artiest is op basis van de wet altijd een fictieve dienstbetrekking. De organisatie moet dus loonheffing en sociale verzekeringspremies inhouden. De loonheffing is verschuldigd over het totale honorarium
minus 15%. Het tarief bedraagt 36,35% voor artiesten jonger dan 65 jaar en 19,85% voor oudere artiesten.
Buitenlandse artiesten en gezelschappen die in Nederland optreden zijn vanaf 1 januari 2007 vrijgesteld van Nederlandse belasting. Als voorwaarde hiervoor geldt dat het land waar de artiest of het gezelschap woont een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingen heeft met Nederland. Deze vrijstelling geldt ook voor artiesten en gezelschappen uit de Nederlandse Antillen en Aruba.
Verder is men van de inhoudingsplicht ontheven, indien de leider van het gezelschap, de impresario of een ander die het loon doorbetaalt aan de rest van het gezelschap, een
inhoudingsplichtigeverklaring heeft ontvangen, afgegeven door de ministeries van Financiën of Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De organisatie betaalt dan aan deze
persoon zonder iets in te houden. Degene die over de inhoudingsplichtigeverklaring beschikt, betaalt de rest van het gezelschap, als ware hij werkgever, onder inhouding van de loonheffing en sociale verzekeringspremies, die hij afdraagt aan de fiscus c.q. bedrijfsvereniging.
In principe dient het honorarium ponds-pondsgewijs over de leden van de groep verdeeld te worden. Heeft de leider een getekende loonverdelingsverklaring die een andere ver-
houding aangeeft, dan mag deze verdeling worden aangehouden. Deze verklaring is verkrijgbaar bij de Inspectie der directe belastingen. Indien een artiest optreedt in de huiselijke of persoonlijke sfeer van de opdrachtgever geldt het bovenstaande niet. Omdat de opdrachtgever geen rechtspersoon of ondernemer is, is er volgens de wet dan geen fictieve dienstbetrekking, dus ook geen loonbelastingplicht. De dienstbetrekking bestaat
ook niet als de artiest een verklaring van de minister van Financiën heeft, waaruit blijkt dat hij zijn werkzaamheden verricht in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep (zelfstandigheidsverklaring). Ook hier hoeft men geen loonheffing in te houden.
Zowel bij deze laatste verklaring als bij de bovengenoemde verklaringen is het belangrijk dat datum en nummer van de verklaring (bij voorkeur een kopie) worden genoteerd. Men moet kunnen aantonen dat de inhouding terecht achterwege is gebleven. Wordt bij een loonbelastingcontrole ontdekt dat ten onrechte niet ingehouden is en de gegevens van de artiest zijn niet meer te achterhalen, dan wordt de betaalde vergoeding gebruteerd en vervolgens belast met 60%. Zijn de gegevens wel bekend dan kan het teveel uitbetaalde bij de desbetreffende artiest teruggevorderd worden, zodat niet gebruteerd hoeft te worden.
Voorbeeld
Een organisatie huurt een band in voor € 1.000,-. Er wordt geen loonheffing ingehouden en de bandleden zijn bij controle door de Belastingdienst niet meer bekend. Het netto loon was € 850,-. Voor de belastingberekening moet dat gebruteerd worden. De te betalen loonheffing wordt dan als volgt berekend: 60% van 100/(100 – 60) x 850 = € 1.275,-. De totale kosten voor deze band zijn dan € 2.275,-
Op de website van de belastingdienst is uitgebreide informatie over de
artiestenregeling te vinden. Hierin is ook een stappenplan opgenomen.
|