Bij verpachting, in dit geval van de bar of kantine, wordt tegen betaling van een vergoeding (de pachtsom) door de verpachter (het bestuur van de accommodatie) de exploitatie van de bar of kantine aan de pachter overgedragen. Niet alleen de bedrijfsruimte wordt overgedragen, dat wil zeggen de bar of kantineruimte, maar ook de voorraad, goodwill (de goede naam van de organisatie), de inventaris, etc. De pachter gaat de exploitatie voor zijn rekening en risico voeren. De verpachter blijft eigenaar.
Strikt genomen is het verpachten van een bedrijfsmatige activiteit geen juiste benaming. De Pachtwet is namelijk bedoeld voor het ‘in gebruik geven’ van grond en gebouwen met een agrarisch karakter. Over hoe het verpachten van de barexploitatie dient te worden geregeld zal men daarom in de Pachtwet niet veel wijzer worden. Beter was het daarom geweest te spreken over het verhuren van de barfunctie. Echter over het verhuren van een bedrijfsmatige activiteit is ook in het Huurrecht niets geregeld. Vanwege de overeenkomsten met pacht, zoals de overdracht van de bedrijfsruimte en de inventaris en het overnemen van een specifieke functie (horeca), is het daarom vanuit ‘het maatschappelijke rechtsgevoel’ daar terecht gekomen.
Overigens, het feit dat het nergens precies is geregeld heeft als voordeel dat men in beginsel vrij is om zelf te bepalen welke afspraken men in de pachtovereenkomst wil opnemen.
Waarom verpachten?
Waarom zou een bestuur van een dorps, buurt- of gemeenschapshuis overwegen de barexploitatie te verpachten? Het exploiteren van een bar en buffet is onmisbaar in welzijnsaccommodaties, maar blijft toch enigszins een vreemde eend in de bijt. Het is een horecafunctie, maar het mag in de accommodatie met z’n brede sociale functie geen eigen leven gaan leiden als een verkapt café. Het is per definitie geen kerntaak.
Wanneer een accommodatie groeit in activiteiten nemen ook de bar- en kantineactiviteiten toe. Zij kunnen een (te) zware belasting worden voor bestuur en beheer: ‘het kalf dreigt dan groter te worden dan de koe’. In een dergelijke situatie kan het afsplitsen van de barexploitatie worden overwogen. Het verpachten van de barexploitatie is een goede mogelijkheid omdat het daarbij niet alleen om het overdragen van taken en verantwoordelijkheden gaat. In de pachtovereenkomst kan het bestuur namelijk ook de voorwaarden bedingen waaronder zij de barfunctie geëxploiteerd wil zien worden. De daadwerkelijke zeggenschap wordt weliswaar overgedragen, waarmee het bestuur een belangrijk deel van haar sturing verliest, maar in het contract staan de grenzen duidelijk aangegeven en kan zij altijd nog ingrijpen wanneer die worden overschreden.
Daarnaast kan het voor het bestuur een argument zijn dat zij een vast periodiek inkomen uit de pachtovereenkomst aantrekkelijker vindt dan wisselende barinkomsten.
Het verpachten van de barfunctie is een ingrijpende beleidswijziging. De opgave voor een bestuur bestaat er uit de verpachting zo te regelen dat deze past in de formule van de accommodatie en tegelijkertijd de pachter voldoende armslag te geven voor een interessante exploitatie. Hetgeen soms lijkt op het onverenigbare verenigen. Overigens staat voorop dat het bestuur bij het nemen van een besluit tot verpachting altijd uitdrukkelijk het belang van de huidige en toekomstige gebruikers voor ogen zal houden.
Diverse aspecten van verpachting
Wat zijn de (juridische) aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij verpachten?
- Bestuursleden en eventueel aanwezige beheerders hoeven niet persé verstand te hebben van de horeca. Door het kiezen van een geschikte pachter kan meteen worden voorzien in professionaliteit en vakbekwaamheid op dit gebied.
- De belangen van de pachter en de verpachter (het bestuur) kunnen op gespannen voet staan: de pachter wil op een effectieve manier zijn inkomen verdienen, terwijl de verpachter de gebruikers een bepaalde service wil verlenen. Het moet dus iemand zijn die gevoel heeft voor de eigenlijke functie van de accommodatie.
- Is een goede pachter gevonden, dan kan de pachtovereenkomst worden afgesloten. Zoals gezegd heeft het bestuur een grote vrijheid om te bepalen welke afspraken zij in het contract wil vastleggen. De belangrijkste afspraken waarvan het raadzaam is deze in de pachtovereenkomst te regelen zijn:
- Wat wordt er verpacht en tegen welke pachtsom? Het verdient aanbeveling de pachtprijs voor de bedrijfsruimte in de accommodatie apart te vermelden.
- Waaruit bestaat de inventaris (inventarislijst bijvoegen) en in welke staat bevinden zich de afzonderlijk goederen van de inventaris?
- In geval het bestuur van de accommodatie zelf huurt (in de regel van de gemeente) moet er een akkoordverklaring van de verhuurder bij de pachtovereenkomst worden gevoegd.
- Wie draagt de onderhoudsverplichting voor de inventaris en hoe ver gaan die? Aangegeven kan worden wat er moet gebeuren als onderdelen van de inventaris beschadigd raken en / of vervangen moeten worden.
- Wat gebeurt er als de pachter bij het nakomen van de pachtovereenkomst in gebreke blijft?
- De voorwaarde dat de door het bestuur gehanteerde regels over drankgebruik en de openings- en sluitingstijden in acht worden genomen (met bijlagen waarnaar verwezen wordt).
- Aangeven welke taken van het aanwezige personeel worden overgenomen door de pachter (zie punt 4)
- In sommige gevallen is er ten behoeve van de bar exploitatie al personeel aanwezig. Volgens dwingendrechtelijke bepalingen van het arbeidsrecht in het Burgerlijk Wetboek is de pachter verplicht dit personeel over te nemen.
- Bij het verpachten van de barexploitatie kan ook bedrijfsruimte horen (bijvoorbeeld een keuken, opslagruimte of eventueel de aparte ruimte waar de bar staat). De bedrijfsruimte pachten bestaat strikt genomen niet, wel het huren ervan. Bij het sluiten van de pachtovereenkomst zullen daarom een aantal dwingendrechtelijke bepalingen van het huurrecht in acht moeten worden genomen. Bijvoorbeeld waar het gaat over de wijziging van de huurprijs en de huurtermijn voor de ruimte.
- Het verpachten van een bedrijf wordt door de belastingrechter niet gezien als het overdragen van een bedrijf, maar als een verandering van de bedrijfsvoering. Voordat een bestuur de pachtovereenkomst sluit, is het raadzaam zich door een belastingdeskundige te laten adviseren over de fiscale consequenties.
- Voor wat betreft de benodigde vergunningen blijft de verantwoordelijkheid bij het bestuur / de verpachter. Zij moet er tijdig voor zorgen dat deze in orde zijn zodat de pachter ‘in het ongestoorde genot’ van de barexploitatie kan stappen, zoals dat in mooie juridische taal heet.
- Als het bestuur de horecafunctie wil wijzigen, dan zal er vaak ook met een brouwerij worden gesproken. In dit overleg, en het daaruit voortvloeiend contract, wordt dan niet alleen gesproken over de leverantie van bier. De brouwerij levert er de inventaris bij die nodig is voor het inrichten en functioneren van de bar. Deze inventaris wordt door middel van een ingewikkelde juridische constructie in eigendom overgedragen aan het bestuur van de accommodatie, maar dient tegelijkertijd als een soort van onderpand voor de duur van het contract. Het voordeel hiervan is dat de accommodatie geen kosten hoeft te maken voor de aanschaf ervan. Interessant is bovendien dat brouwerijen vaak ook geschikte kandidaten voor de verpachting kunnen adviseren
Afspraken over de barexploitatie
In het artikel In eigen beheer worden een aantal voorwaarden aangegeven waarmee een bestuur rekening dient te houden bij het exploiteren van een bar of kantine in eigen beheer. Als het bestuur er voor kiest de barexploitatie door verpachting te regelen dan zullen veel van die voorwaarden straks door de pachter moeten worden gerealiseerd. Wat nog voor rekening van de verpachter (het bestuur) komt wordt voor een groot deel in de pachtovereenkomst geregeld. De verpachter is in ieder geval verantwoordelijk voor de benodigde vergunningen, de eventuele toestemming van de gemeente en de afspraken die zijn- of worden gemaakt met de plaatselijke horecaondernemingen over eventueel te organiseren commerciële activiteiten.
Daarnaast brengt ook de verpachting een aantal interne wijzigingen met zich mee waarover duidelijke afspraken met de pachter moeten gemaakt.
- De openingstijden ook voor vaste groepen gebruikers of bepaalde activiteiten, die niet veel baromzet realiseren. De pachter dient rekening te houden met het gegeven dat bepaalde groepen gebruikers of activiteiten, die nauwelijks opbrengst genereren, toch uitdrukkelijk thuishoren in de accommodatie. De pachter zal onder gegeven omstandigheden hieraan zelfs voorrang moeten verlenen, ook al dient zich een (financieel) aantrekkelijker alternatief aan.
- Goede prijsafspraken. Vaste gebruikers moeten tegen acceptabele prijzen een consumptie kunnen krijgen. Vaak betreft het (groepen) gebruikers die van de gemeente subsidie ontvangen om in de accommodatie ruimte te kunnen huren.
- In het algemeen moeten er met de pachter afspraken worden gemaakt over de dagelijkse gang van zaken rond de barfunctie. De bar is en blijft een afgeleide functie van de activiteiten in de accommodatie. Die positie moet duidelijk zijn. Zoals al eerder gezegd: het mag geen verkapt café worden.
- Er dient regelmatig overleg tussen de pachter en de verpachter plaats te vinden om de barexploitatie goed te laten sporen met de beheer van de accommodatie.
- Het spreekt voor zich dat de pachter zelf de voor de bar of kantine noodzakelijke administratie voert, eventueel de werkgeversfunctie voor medewerkers vervult, belasting afdraagt, etc.
- De verpachter moet met de pachter goed afspreken welke kosten eventueel voor gemeenschappelijke rekening worden gemaakt, hoe de verdeelsleutel is en wie de betaling voor zijn rekening neemt.
Het bestuur moet de gebruikers tijdig informeren over de afspraken die met de pachter zijn gemaakt en aan welke interne regels de barexploitatie voor de gebruikers is gebonden. Dit om te voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over de service waarop de gebruikers mogen rekenen.