Geactualiseerd augustus 2012
Activiteitenbesluit
Het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen is in 2008 vervangen door het Activiteitenbesluit.
Het Activiteitenbesluit kent drie typen bedrijven:
Type A : Bijvoorbeeld een kleine winkel of kantoor. Dergelijke bedrijven hoeven zich niet te melden maar moeten wel voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit.
Type B : Bijvoorbeeld een horecabedrijf, garagebedrijf of aannemer, dan moet u zich melden en voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit.
Type C : Dan is een omgevingsvergunning voor milieu nodig. U moet dan een aanvraag indienen bij de gemeente en voldoen aan de voorschriften van de vergunning en afhankelijk van de activiteiten die u uitoefent aan sommige onderdelen van het Activiteitenbesluit en/of de regeling.
Dorpshuizen
Dorpshuizen kunnen zowel tot type A of B behoren, afhankelijk van de (hore-ca)activiteiten. Een handig hulpmiddel is het
Activiteitenbesluit Horeca.
Dit informatieblad informeert dorpshuizen met een horecavoorziening over de milieuregels op het gebied van geluid, vetlozingen, geur, energie, opslag van koolzuur en
afvalstoffen.
Door het ministerie van VROM is een speciaal elektronisch loket voor bedrijven gemaakt. Met dit loket, genaamd
Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) kunt u zelf zien onder welke categorie het dorpshuis is ingedeeld en kunt u zien welke regels van het Activiteitenbesluit specifiek gelden voor uw bedrijf. Via de module kunt u ook meteen digitaal een melding doen bij het bevoegd gezag.
Afvalscheiding
1. Zorg dat de voorzieningen om afval aan te kunnen bieden, in orde zijn. Let er daarbij op dat:
- ongedierte niet bij het afval kan komen;
- containers afsluitbaar en lekdicht zijn en goed gereinigd zijn;
- verontreiniging van voedingsmiddelen en drinkwater wordt voorkomen.
2. Scheid afval altijd in verschillende categorieën. Houd emballage uit de afvalstroom.
3. Sla het afval op de juiste wijze op in de daarvoor bestemde container.
4. Indien in de vuilnisbakken in het gebouw voedingsresten aanwezig zijn, dienen de vuilzakken te worden vervangen.
Emballage
1. Maak afspraken over een regelmatige terugname, zodat de voorraad niet oploopt.
2. Sla emballage bij elkaar op één plaats op.
3. Spoel de emballage na gebruik om, om bederf en ongedierte te voorkomen.
4. Verwijder de emballage zo snel mogelijk uit de keuken/barruimte.
Glas
1. Scheid retourglas (emballage) en wegwerpglas goed.
2. Sla wegwerpglas bij elkaar op één plaats op.
3. Spoel het glas eventueel om, om ongedierte te voorkomen.
4. Voer glas regelmatig af naar de glasbak.
Papier en karton
1. Behandel geplastificeerd papier en karton (ook vruchtensap- en melkpakken) als afval zonder hergebruikmogelijkheden.
2. Sla papier en karton bij elkaar op één plaats op.
3. Vouw kartonnen dozen plat, zodat ze minder ruimte innemen of vul ze met oud papier.
4. Verwijder papier en karton zo snel mogelijk uit de keuken/barruimte.
5. Voer papier en karton regelmatig af.
Klein chemisch afval (KCA)
1. Markeer klein chemisch afval (batterijen, lijm en dergelijke) duidelijk en houd af-valstoffen zoveel mogelijk gescheiden (bijvoorbeeld geen vloeistoffen bij elkaar in één
fles gieten).
2. Voorkom dat dit afval met voedingsmiddelen in aanraking kan komen.
3. Sla klein chemisch afval bij elkaar op één plaats op.
4. Voer klein chemisch afval regelmatig af.
|