logoheader-fotos
Home | wegwijzer | over de vraagbaak | disclaimer | informatie bewaren | sitemap |
dorpshuizen.nl
Zoeken

Home > Barexploitatie > Barbeheer
3.5.2 Voorraad

Goederen ontvangst, opslag en transport

Inspectie bij ontvangst
1. Controleer of laat bij levering direct controleren:
- of de levering overeenkomt met de bestelling (gewicht, hoeveelheid);
- de THT-datum (Te-Houden-Tot-datum);
- de verpakking;
- etikettering en kwaliteit.
Verpakking
Verpakking en/of fusten mogen bij beschadigingen hun beschermende functie niet verliezen. Bederfelijke producten die direct aan de omgeving zijn blootgesteld,
moeten bij aflevering worden geweigerd omdat niet kan worden nagegaan waarmee ze in aanraking zijn geweest.
2. Stuur producten terug als u ze niet vertrouwt. Overweeg om af en toe een ingangscontrole te laten uitvoeren.
3. Sla de producten op nadat u geconstateerd heeft dat levering overeenstemt met de bestelling.
4. Beslis zelf over het wel of niet accepteren van de producten.
5. Registreer iedere levering op het formulier Ontvangst leveringen.

Intern transport
1. Sla gekoelde en diepgevroren waar zo snel mogelijk op, in ieder geval binnen 15 minuten na aflevering.
2. Houd de verschillende soorten producten bij intern transport gescheiden.
3. Vervoer bijvoorbeeld geen diepvriesproducten samen met reinigingsmiddelen.

Houdbaarheid en opslagbeheer
1. De verantwoordelijke voor de opslag voorkomt dat de houdbaarheidstermijnen worden overschreden.
2. Controleer regelmatig de houdbaarheidsdata op de verpakkingen.
3. Verwijder producten waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden (noteren op bon als bederf).
4. Registreer de producten met een THT-datum op het formulier Houdbaarheidsregistratie.

Gekoelde opslag
1. Bewaar bederfelijke producten bij een temperatuur lager dan 7 °C of bij een lagere temperatuur als de leverancier dat voorschrijft.
2. Plaats in een koelkast alleen producten warmer dan 7 °C wanneer deze geschikt is voor terugkoelen.
3. Volg in alle gevallen de werkinstructies First in-First out en Houdbaarheid en opslagbeheer.
4. Registreer de temperatuur van de koelkasten regelmatig, zodat u bij defecten direct actie kunt ondernemen. U kunt hiervoor gebruik maken van het formulier Temperatuurregistratie.
5. Ontdooi de koelkast volgens voorschrift van de leverancier.
6. Maak de koelkast bij voorkeur één keer in de twee weken schoon. Ruim gemorste producten direct op en maak schoon. Besteed extra aandacht aan hoeken en rubberen strips.

Diepvriesopslag
1. Bewaar diepgevroren producten bij een temperatuur van -18 °C of lager.
2. Registreer de temperatuur van de vrieskist regelmatig, zodat u bij defecten direct actie kunt ondernemen. U kunt hiervoor gebruik maken van het formulier Temperatuurregistratie.
3. Maak de vrieskist vier maal per jaar, en ten minste één keer per vier maanden, schoon bij een minimale voorraad.

First in-First out
1. Hanteer bij de opslag van goederen FIFO (First in-First out): producten die het eerst zijn binnengekomen worden ook het eerst gebruikt. Sla geleverde voorraden daarom
op achter de reeds aanwezige voorraden. Bij grotere voorraden kunt u gebruik maken van een systeem waarbij u roulerend opslaat, zodat u bestaande opslag niet steeds
hoeft te verplaatsen.
2. Bij FIFO geldt de THT-datum op de verpakking: gebruik eerst de producten met de kortste houdbaarheidsdatum, ook al zijn deze later geleverd.

Droge kruidenierswaren
1. Sla droge kruidenierswaren op in een goed geventileerde, droge ruimte bij kamertemperatuur (maximaal 25 °C). Bescherm de producten tegen vorst en extreme
warmte.
2. Plaats de producten vrij van de vloer, zodat de vloer goed schoongemaakt kan worden.
3. Volg in alle gevallen de werkinstructies First In First Out en Houdbaarheid en opslagbeheer.
4. Sla gevaarlijke stoffen (reinigings- en desinfectiemiddelen en dergelijke) niet samen met droge kruidenierswaren op.
5. Reinig de opslagruimte met regelmaat en ruim direct op na morsen.

Gevaarlijke stoffen
1. Sla gevaarlijke stoffen (reinigings- en desinfectiemiddelen) op in een aparte afgesloten ruimte of kast tenzij de leverancier speciale condities voorschrijft. Gebruik deze
ruimte of kast alleen voor dit doel.
2. Bewaar de stoffen in de originele verpakking, voorzien van de volgende gegevens:
- naam van het product;
- werking;
- waarschuwing voor giftigheid bij gebruik;
- maatregelen bij verkeerd gebruik.
3. Verstrek deze stoffen alleen aan goed geïnstrueerd personeel.
4. Zie toe op een juist gebruik van de stoffen.

Bereiding
Verhitten in vet en olie
Verhitten in vet en olie gebeurt bij hogere temperaturen dan koken. Daardoor schroeit de buitenkant van het product dicht en worden sappen beter bewaard. Het nadeel is dat vet en olie binnendringt in het product. Te lang en te heet verhit vet kan gezondheidsbedreigingen met zich mee kunnen brengen.
1. Boter, vet of olie voor eenmalig gebruik behoeven in principe geen controle.
2. Stook vetten en oliën die voor hergebruik zijn bestemd (frituren), nooit te heet op
(maximaal 185 °C).
3. Beoordeel de kleur, geur, stroperigheid en schuimen van het vet dagelijks bij ieder gebruik.
4. Behandel frituurvet en olie volgens voorschrift van het apparaat. Verwijder resten van het eindproduct.
5. Koel gefrituurde producten die niet onmiddellijk worden geconsumeerd, zo snel mogelijk af. Verhit deze weer vóór consumptie.
6. Vries ontdooide producten nooit weer in, zoals bijvoorbeeld ingevroren voorgebakken frites die u wilt frituren. Bewaar ze diepgekoeld (3 °C of lager) en maximaal 48 uur.
7. Stel oliën en vetten zo min mogelijk aan het daglicht bloot.