logoheader-fotos
Home | wegwijzer | over de vraagbaak | disclaimer | informatie bewaren | sitemap |
dorpshuizen.nl
Zoeken

Gebruiksvergunning
Ontruimingsplan
EHBO
AED
Bedrijfshulpverlening
Publieksinstructie
Checklist toegankelijkheid
Checklist veiligheid
Home > Gebouw en materiaal > Veilig en toegankelijk > Bedrijfshulpverlening
5.4.2.c Bedrijfshulpverlening
Geactualiseerd juli 2011

Met ingang van 1 januari 2007 is de vernieuwde Arbowet van kracht. Deze wet heeft tot doel om betere arbeidsomstandigheden te bevorderen. De nieuwe wet zorgt voor minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid voor de werkgever. Op het gebied van Bedrijfshulpverlening heeft de vernieuwde Arbowet direct gevolgen. (Zie www.arbonieuwestijl.nl).

Bedrijfshulpverlening
Bedrijfshulpverlening valt het beste te omschrijven als al die activiteiten die in geval van calamiteiten voor de veiligheid van medewerkers, vrijwilligers en andere aanwezigen binnen een accommodatie moeten worden verricht. De aangewezen persoon om in deze situaties hulp te bieden is de bedrijfshulpverlener (BHV-er).

Elk bedrijf is onderhevig aan veranderingen. Sommige veranderingen kunnen van invloed zijn op de BHV. Het is daarom verstandig om minimaal eenmaal per jaar de BHV te doorlopen en te kijken of er dusdanige veranderingen plaats hebben gevonden dat de BHV aangepast dient te worden.

Het NIBHV heeft een BHV checklist opgesteld welke als hulpmiddel kan dienen in het controleren of alle BHV aspecten binnen een bedrijf geregeld zijn. Deze aspecten komen voort uit wettelijke eisen. De door het NIBHV opgestelde checklist kan tevens gebruikt worden bij het opstellen van een BHV-plan. Meer informatie betreffende het BHV is terug te vinden op de site van het NIBHV.

Wetgeving
De nieuwe wet bepaalt dat de bedrijfshulpverlening maatwerk wordt. Uw BHV-organisatie wordt ingericht op grond van resultaten van de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Meer informatie op www.rie.nl. De indicatie minimaal 1 BHV-er op 50 aanwezigen is dus niet meer van toepassing. Als u een goed inzicht wilt krijgen in de veiligheidssituatie van uw gebouw, kunt u ook gebruik maken van de quick scan veiligheid. Dit is een handig hulpmiddel, waar u via diverse clusters van vragen in kaart kunt brengen hoe veilig uw gebouw is. Daarnaast geeft de scan risico’s aan en oplossingsmogelijkheden. U kunt de scan hier downloaden.

Vrijwilligers vallen niet onder de nieuwe Arbowet. Voor de arbo gelden besturen van vrijwilligersorganisaties dus niet meer als werkgever. Toch blijft het begrip werkgever ruim geformuleerd. Ook beheerders die alleen inhoudelijk worden aangestuurd, omdat ze bijvoorbeeld bij de gemeente op de loonlijst staan, gelden als werknemer en hiervoor moet dus bedrijfshulpverlening georganiseerd worden.

De bedrijfshulpverlener moet door het bestuur worden aangewezen. Deze richt zich onder andere op hulp bij ongevallen en het bestrijden en beperken van calamiteiten. Hieronder de belangrijkste elementen van de arbowetgeving voor wat betreft de bedrijfshulpverlening op een rij:

- De uitvoering van de risico-inventarisatie, indien nodig gecheckt door een Arbodienst.
- Het vaststellen van een ontruimingsplan.
- Het aanstellen van bedrijfshulpverleners en beschrijving van de taakopdracht.
- BHV-ers opleiden: EHBO, brandbestrijding, ongevallenpreventie en optreden in noodsituaties, zoals alarmeren en evacueren.
- De regelmatige training van de BHV-ers.
- Het opstellen van een inrichtingsadvies (bijvoorbeeld brandvertragende tussenwanden en plafonds)
- Het maken van plannen voor- en het aanbrengen van alarmering, etc.

Bedrijfshulpverlener
De bedrijfshulpverlening heeft een voorpostfunctie: omdat de bedrijfshulpverleners in beginsel al in de accommodatie aanwezig zijn kunnen ze snel reageren. Als de deskundigheid en de hulpmiddelen van de BHV-ers niet toereikend zijn, bijvoorbeeld bij een grote brand, moeten ze hulp van buiten inroepen, zoals brandweer en ambulance. In de tussentijd moeten de BHV-ers zelf doen wat mogelijk is om gevaar en letsel te beperken. De taak van de BHV-er is vooral op gericht om erger te voorkomen.

In artikel 15 van de Arbo-wet staan de voornaamste taken van de bedrijfshulpverlening omschreven:

- het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
-het beperken en het bestrijden van een beginnende brand.
- het voorkomen en beperken van ongevallen.
- het, in noodsituaties, alarmeren en evacueren van alle personen in de accommodatie aanwezig.
- het alarmeren van- en samenwerken met de brandweer en andere hulpverleningsinstanties bij een beginnende brand of bij een ongeval.
- Organisatie bedrijfshulpverlening

Er is een aantal eisen waaraan moet worden voldaan bij het organiseren van bedrijfshulpverlening. Deze staan omschreven in de Arbowet en in het bijbehorende Arbobesluit. Daar staan ook de taken en verplichtingen van de bedrijfshulpverleners omschreven. Bij het organiseren van bedrijfshulpverlening in uw accommodatie moet u de volgende stappen ondernemen:

a. (Laten) uitvoeren van een Risico-inventarisatie en
-evaluatie
b. Ontruimingsplan opstellen
c. Communicatie organiseren
d. Oefeningen houden
e. Overleggen met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging
f. Aanwijzen van bedrijfshulpverleners
g. Opleiden van bedrijfshulpverleners

a. De risico-inventarisatie en- evaluatie (RI&E)
Uw RI&E moet antwoord geven op de volgende zes vragen:

- Zijn er in het verleden ongevallen gebeurd in mijn bedrijf?
- Wat kan er op dit moment fout gaan in mijn bedrijf, zodat ongevallen of verzuim optreden?
- Hoe groot is de kans dat het gebeurt?
- Hoe beperk ik een risico? Of de schade als het toch misgaat?
- Welke maatregelen zijn nodig? En hoe voer ik ze door?
- Hoe zorg ik dat de maatregelen blijven werken?

Naar aanleiding van in de risico-inventarisatie geconstateerde risico’s kunnen preventief maatregelen worden getroffen.Naast de preventieve werking zijn de genomen maatregelen ook de voorwaarde voor het doelmatig opereren van de bedrijfshulpverleners. Daarom moeten ten behoeve van de bedrijfshulpverlening de volgende onderwerpen uit de RI&E worden geregeld:

een beschrijving van de risico’s.
- de namen van de bedrijfshulpverleners.
- de taakverdeling tussen de bedrijfshulpverleners.
- welke officiële hulpverleningsinstanties moeten worden gewaarschuwd bij dreigende calamiteiten.
- Een intern alarmeringsschema.
- Een extern alarmeringsschema.

b. Het ontruimingsplan
De bedrijfshulpverlening richt zich op incidenten: het ontruimingsplan wordt opgesteld voor het geval dat een calamiteit voorkomt. In dit plan worden de taken en verantwoordelijkheden omschreven en de procedures die gevolgd moeten worden. Naarmate de accommodatie groter is, zijn meer mensen verantwoordelijk voor een goede afloop van een ontruiming. Hun acties moeten worden gecoördineerd en moeten bovendien precies aansluiten op die van anderen, ook buiten de accommodatie.

c. Communicatie
De uitvoering van de bedrijfshulpverlening staat of valt met een goede communicatie. Hier moet veel aandacht aan worden besteed. Onderstaande afspraken moet schriftelijk worden vastgelegd en ter beschikking gesteld aan alle belanghebbenden:

Alle (vrijwillige) medewerkers moeten:
- weten wie van hun collega’s bedrijfshulpverlener zijn en waar zij bereikbaar zijn.
- weten wat in geval van een calamiteit de ontruimingsprocedures en vluchtwegen zijn.
- meewerken aan de ontruimingsoefeningen die worden georganiseerd.
Om in geval van nood bijstand te kunnen verlenen moeten bedrijfshulpverleners elkaar kunnen bereiken.
Ze moeten niet alleen over elkaars adres en telefoonnummers beschikken, maar zullen ook periodiek als ‘achterwacht’ moeten worden ingeroosterd. Voor de organisatie van de achterwachten zijn aparte afspraken nodig, zoals de afstand waarop deze zich van de accommodatie mag bevinden, de bereikbaarheid en vervoersmogelijkheden.
Het is aan te bevelen niet alleen een duidelijk draaiboek op te stellen, maar ook instructieve bijeenkomsten te houden, zodat aan duidelijkheid op dit punt niets aan het toeval wordt overgelaten.

d. Oefeningen
Er staat een wettelijke verplichting in de Arbowet om oefeningen te houden. Minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening is een goede richtlijn. De Arbodienst of een andere deskundige (bijvoorbeeld de brandweer of een landelijk instituut voor bedrijfshulpverlening) kan om advies worden gevraagd bij het invullen van de oefeningen. Na de oefeningen moet een evaluatie worden gehouden waarbij alle betrokkenen aanwezig zijn. Na een evaluatie kunnen afspraken moeten worden gemaakt over wat de volgende keer beter moet. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd.

e. Aanwijzen van bedrijfshulpverleners
Volgens de Arbowet moeten bedrijfshulpverleners worden aangewezen die hiervoor in aanmerking komen. Maar meestal zijn er genoeg die die taak vrijwillig op zich willen nemen. Bij de keuze kunt u rekening houden met de volgende criteria:

Aanwezigheid: het belangrijkste criterium. Een bedrijfshulpverlener moet zo snel mogelijk (binnen 3 à 4 minuten) ter plaatse kunnen zijn.
Inzetbaarheid: het kan handig zijn om medewerkers die al een taak hebben bij een ongeval als bedrijfshulpverlener bij de accommodatie te betrekken. Uiteraard de beheerder, die veel aanwezig is, maar bijvoorbeeld ook een vaste medewerker van de bar of een baliemedewerker.
Persoonlijkheid: persoonlijkheidskenmerken zoals doortastendheid, improvisatietalent en stressbestendigheid zijn van groot belang. Het is de menselijke factor die mede bepaalt of de bedrijfshulpverlening aan het doel voldoet.
NB Voordat u bedrijfshulpverleners aanwijst moet u overleg plegen met (indien aanwezig) de personeelsvertegenwoordiging of de ondernemingsraad (OR). Deze organen hebben instemmingsrecht voor elk (voorgenomen) besluit op het gebied van arbeidsomstandigheden. Bedrijfshulpverlening hoort hier bij.

f. Bedrijfshulpverleners opleiden
De opleiding van de bedrijfshulpverleners moet voldoende zijn om de taken op het gebied van bedrijfshulpverlening adequaat te kunnen uitvoeren. Wat voldoende is hangt af van de situatie in de accommodatie. Zo zal een klein dorpshuis met maar enkele ruimten overzichtelijk zijn en in geval van een calamiteit snel te ontruimen. Een ontruiming van een grote accommodatie met veel publiek zal hogere eisen stellen aan de organisatorische kwaliteiten van de BHV-er.
De overheid heeft samen met de belanghebbenden een opleidingsprofiel voor bedrijfshulpverleners ontwikkeld. BHV-ers die volgens dit profiel worden opgeleid krijgen een goede algemene basis. Bovenop dat basisniveau kunnen aanvullende opleidingen worden gevolgd. Als er in de accommodatie bijvoorbeeld met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt is alleen een basisopleiding niet voldoende. Met behulp van de RI&E kan worden geïnventariseerd welke opleidingen nodig zijn. Men kan zich ook laten adviseren door een Arbodienst of een andere deskundige.
Deel van de opleiding is een jaarlijkse nascholing. BHV-ers zijn verplicht die te volgen.

Tip
Een bestuur kan nagaan wie van de vrijwilligers (of andere dorps-buurtbewoners) al beschikt over een BHV diploma, bijvoorbeeld omdat men dat in het werk nodig heeft. Het bestuur kan ze vragen of ze die taak ook op zich willen nemen in het dorps- of gemeenschapshuis.

Opleidingen
Als er in uw provincie een steunpunt voor dorps- of gemeenschapshuizen is, dan bestaat de kans dat zij een cursus BHV (laten) organiseren. Van een dergelijke cursus mag worden verwacht dat die goed aansluit bij de praktijk. Daarnaast verzorgt elk Regionaal Opleidingscentrum (ROC) tegenwoordig bedrijfsopleidingen op maat. ROC’s zijn er in elke provincie, vaak met meerdere vestigingsplaatsen. Daarnaast zijn er diverse commerciële bedrijven die opleidingen aanbieden.

Vrijwilligers
De arbowet was tot 15 maart 2006 ook van toepassing op vrijwilligersorganisaties, omdat voor de arbowet een vrijwilliger gelijk was aan een werknemer. Dit is per 15 maart 2006 veranderd. Vanaf deze datum heeft de minister organisaties die geheel draaien op vrijwilligers, vrijgesteld van de eisen die gelden voor bedrijfshulpverlening. Voor de arbo gelden besturen van vrijwilligersorganisaties dus niet meer als werkgever. In de praktijk houdt dit echter niet helemaal in dat u helemaal geen bedrijfshulpverlening meer hoeft aan te stellen als u alleen met vrijwilligers werkt. U hebt als organisatie namelijk een zorgplicht ten opzichte van uw vrijwilligers en bezoekers. Die zorgplicht is af te leiden uit de Arbowetgeving, ondanks de versoepeling. Komt u deze verplichting niet na dan kunt u eventueel (persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld.

Tenslotte enkele voorbeelden:

- Een dorpshuis verhuurt de grote zaal elke maandagavond aan een muziekvereniging. Deze vereniging heeft 30 leden. De muziekvereniging hoeft als vrijwilligersorganisatie geen BHV-er in te zetten. De beheerder is in de pauze aanwezig om koffie te serveren. De beheerder heeft een werkgeversrelatie met het dorpshuis en in totaal zijn er minder dan 50 mensen aanwezig. Er moet dus één BHV-er worden aangesteld. Dit mag uiteraard de beheerder zelf zijn.

- Op vrijdagavond is het feest in het dorpshuis. De harmonie bestaat 75 jaar en dat moet gevierd worden. Naar verwachting zullen er zo’n 300 mensen aanwezig zijn. Vanaf 1 januari 2007 geldt daarvoor niet meer de norm van één op 50. Het aantal aanwezigen en de indeling van het gebouw bepaalt wat nodig is. Dat kan betekenen dat zelfs bij 300 aanwezigen al volstaan kan worden met bijvoorbeeld twee "ontruimers met EHBO". Maar als er honderd mensen aanwezig zijn in drie (geografisch lastig gelegen) bijzaaltjes heb je misschien wel zes mensen nodig.
Ook in dit geval kunnen er andere afspraken met de gemeente zijn gemaakt om de veiligheid van de bezoekers te garanderen.