logoheader-fotos
Home | wegwijzer | over de vraagbaak | disclaimer | informatie bewaren | sitemap |
dorpshuizen.nl
Zoeken

Keuze rechtsvorm
Omzetten rechtsvorm
Organisatie splitsen
Samenwerking en fusie
Aansprakelijkheid
Statuten
Huishoudelijk reglement
Bestuurdersmap
Home > Bestuur en beleid > Rechtsvorm > Aansprakelijkheid
1.1.5 Externe aansprakelijkheid

Er bestaat ook een externe aansprakelijkheid van bestuurders: die tegenover derden. Onder derden verstaan we ieder ander dan de organisatie zelf of haar vertegenwoordigers. Omdat verenigingen en stichtingen rechtspersonen zijn, zijn bestuurders die namens een vereniging of stichting handelen in het algemeen niet aansprakelijk tegenover derden. Anders gezegd: de hoofdregel is dat een bestuurder die namens een rechtspersoon rechtshandelingen verricht, daarmee die rechtspersoon bindt en niet zichzelf. In een aantal omstandigheden gaat deze hoofdregel echter niet op. In de eerste plaats maakt het een verschil of de bestuurder handelingen verricht namens een informele of een formele vereniging.

De formele vereniging (een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid) is verplicht zich te laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel in het Handelsregister. Zo lang dat niet gebeurt, zijn de bestuurders, naast de vereniging, hoofdelijk aansprakelijk. Is de inschrijving eenmaal een feit, dan is daarmee de hoofdelijke aansprakelijkheid opgeheven.

Een stichting moet altijd worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in het Handelsregister. Zolang dat niet gebeurd is, blijven de bestuurders, naast de stichting,
hoofdelijk aansprakelijk. Het is daarom van belang dat een bestuurder zich ervan verzekert dat de stichting daadwerkelijk is ingeschreven in het stichtingsregister voordat hij de stichting bindt aan derden. De opgave ter eerste inschrijving doet de persoonlijke aansprakelijkheid eindigen.

Niet bevoegd
Volgens de wet is het bestuur als geheel bevoegd tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon in en buiten rechte (iemand die een vereniging of stichting in en buiten rechte vertegenwoordigt is bevoegd de rechtspersoon zowel in rechtshandelingen als in nietrechtshandelingen te betrekken). In de statuten kan echter worden bepaald dat vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt gegeven aan een of enkele bestuurders, hetzij afzonderlijk, hetzij gezamenlijk.

Dat brengt ons op een tweede omstandigheid waarin de hoofdregel dat bestuurders van rechtspersonen tegenover derden niet aansprakelijk zijn, niet opgaat. Het betreft het
geval dat een bestuurder een handeling verricht waartoe hij niet bevoegd is. 'Bevoegd zijn' betekent dat de bestuurder namens de organisatie rechtshandelingen mag verrichten waarvan de rechtsgevolgen voor rekening van de organisatie zijn. Een bestuurder die rechtshandelingen verricht waartoe hij niet bevoegd is of die de hem gegeven bevoegdheid overschrijdt, bindt daarmee in het algemeen dus niet de organisatie.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat bestuurders verbintenissen aangaan die buiten het doel van de organisatie liggen. Een andere mogelijkheid is dat bestuurders overeenkomsten sluiten die volgens de wet niet tot hun competentie behoren. Dat geldt voor het aankopen van onroerend goed of het zich als borg garant stellen voor de schulden van derden.

Tenslotte kunnen bestuurders ook handelen terwijl ze voor de desbetreffende handeling niet, of niet afzonderlijk, vertegenwoordigingsbevoegd zijn. Maar op deze laatste regel bestaan weer uitzonderingen. Zo wordt de vertegenwoordigingsbevoegdheid soms geacht besloten te liggen in de rechtsverhouding. Dat is bijvoorbeeld het geval bij werknemers: die worden geacht bevoegd te zijn.

Daarnaast kan het voorkomen dat de derde partij op grond van verklaringen en gedragingen van de vertegenwoordiger bevoegd was. Er is dan sprake van 'opgewekte schijn'. Hoe de verhoudingen in dit laatste geval liggen, is steeds afhankelijk van de concrete omstandigheden.

Bron: Handboek voor bestuurders en directie van stichtingen en verenigingen.