Onderdeel Dorpshuizen en ANBI geactualiseerd in april 2012
BELASTINGEN
Veel welzijnsaccommodaties zoals dorpshuizen, gemeenschapshuizen en multifunctionele centra krijgen vroeg of laat te maken met (landelijke) belastinginning. Die belasting wordt geïnd door de belastingdienst. Deze dienst kent een vijftal zogenaamde directies met verschillende eenheden. De voor welzijnsaccommodaties belangrijke diensten zijn de Directie Ondernemingen Noord en de Directie Ondernemingen Zuid.
In principe kan men voor al haar (landelijke) belastingzaken terecht bij één belastingeenheid. Die eenheid is zowel verantwoordelijk voor het opleggen van de aanslagen, het invorderen van de belasting alsmede met het uitvoeren van boekenonderzoeken.
De diverse (landelijke) belastingen waarmee men te maken (kan) hebben zijn:
Loonbelasting
Belasting Toegevoegde Waarde BTW
Vennootschapsbelasting
Kansspelbelasting
Schenkings- en successierecht
Loonbelasting en inhoudingsplicht
Men krijgt met het inhouden van loonbelasting (en afdracht van loonbelasting) te maken op het moment dat men personeel in dienst neemt. In dienstbetrekking zijn personen als zij:
- de verplichting op zich hebben genomen gedurende een aantal uren arbeid te verrichten
- tegen een vergoeding
- als er ten opzichte van het bestuur of diegene die namens haar optreedt een gezagsverhouding bestaat
Soms zijn niet alle bovenstaande voorwaarden waaraan een dienstbetrekking hoort te voldoen vervuld. Dan kan er sprake zijn van fictieve dienstbetrekking als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- er wordt tenminste gedurende twee dagen per week gewerkt
- het bruto inkomen per week is minstens 40% van het minimum loon
- de arbeidsverhouding is voor onbepaalde tijd of, naar verwachting, voor een aaneengesloten periode van tenminste 30 kalenderdagen aangegaan.
De inhoudingsplicht geldt voor alle personen in dienstbetrekking of fictieve dienstbetrekking.
Gevolgen inhoudingsplicht
Voor zover het de belastingen betreft zijn de consequenties van het in dienst hebben van personeel dat men:
- zich aanmeldt bij de desbetreffende belastingdienst (eenheid)
- de identiteit van de werknemer/ster vaststelt en dat een kopie van het document dat die vaststelling aantoont bij de (loon)administratie wordt gevoegd
- er voor zorgdraagt dat de werknemer een loonbelastingverklaring invult
- een (loon)administratie (laat)voeren van alle relevante betalingen en verstrekkingen aan individuele werknemers/sters (ook van beloningen in geld en/of natura)
- op de geëigende momenten en wijze loonbelasting (laat)inhouden
- de ingehouden loonbelasting periodiek en op geëigende wijze afdraagt
- jaaropgave(n) en loonbelastingkaart(en) laat opmaken en verstrekken aan de belastingdienst
- jaaropgave(n) laat opmaken en verstrekken aan de betrokken werknemer/ster
De loonheffing die moet worden ingehouden en afgedragen aan de belastingdienst bestaat uit loonbelasting en premies volksverzekering. De premies volksverzekering zijn de AOW (Algemene Ouderdomswet), AAW (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) en ANW (Algemene Nabestaanden Wet).
Kijk voor meer informatie bij , administratie tijdelijke krachten of
salarisadministratie
Bijzondere vergoedingen en bijzondere situaties
Vergoeding van kosten
Het is mogelijk aan werknemers vergoedingen te verstrekken die onbelast verstrekt mogen worden als die vergoeding is bedoeld om kosten te compenseren die de werknemer/ster maakt om zijn/haar loon te verwerven denk hierbij bijvoorbeeld aan studiekosten. Die kosten moeten binnen redelijke grenzen blijven, getoetst aan een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Een vergoeding die als zodanig wordt verstrekt moet vooraf schriftelijk worden overeengekomen. Ook een bijzondere categorie kosten als reiskosten voor woon/werkverkeer mogen onbelast tot een bepaald bedrag worden vergoed als voldaan wordt aan strikte voorwaarden met betrekking tot afstand, frequentie en manier van reizen.
Andere reiskosten, zogenaamde dienstreizen, kunnen onbelast worden vergoed tegen het maximale tarief van € 0,28 per kilometer. Let wel zowel voor vergoedingen woon/werkverkeer als vergoedingen dienstreizen kunnen ook CAO afspraken gelden.
Vrijwilligers en artiesten
Vrijwilligers zijn niet in (loon)dienst van een welzijnsaccommodatie. Vrijwilligers kunnen wel een vergoeding ontvangen. De vergoeding kan belastingvrij maximaal € 150 per maand bedragen tot een maximum van € 1.500 per jaar. Kijk ook bij
Waardering en beloning.
Artiesten betalen over de gage inclusief de kostenvergoeding en vertrekkingen in natura en exclusief de kostenvergoedingen voor maaltijden en consumpties, een vast percentage loonbelasting. Het is mogelijk een deel van de gage als niet te belasten vergoeding aan te merken als een kostenvergoedingsbeschikking (KVB) wordt aangevraagd en verstrekt door de belastingdienst.
Kijk voor meer informatie bij
personeelsadministratie,
loonbelasting artiesten en administratie
tijdelijke krachten of zoek op het internet op de website van de
belastingdienst.
Belasting toegevoegde waarde (BTW) of omzetbelasting
Welzijnsaccommodaties zijn soms voor een deel, soms voor het geheel van hun inkomsten aangewezen op de verhuur van ruimtes en andere faciliteiten en de met die verhuur verbonden horeca-activiteiten. Over die inkomsten moet soms omzetbelasting (BTW) en eventueel vennootschapsbelasting betaald worden.
Wat is omzetbelasting (BTW)?
Belasting toegevoegde waarde (BTW) en Omzetbelasting (OB) zijn twee benamingen voor een en dezelfde belasting. Op een enkele uitzondering na moet men, dus ook welzijnsaccommodaties, over alles wat men van anderen inkoopt BTW betalen. Op een enkele uitzondering na moet men ook over alles wat men aan derden verkoopt BTW in rekening brengen. De betaalde BTW hoeft geen kostenpost te zijn als men via het aangiftebiljet Omzetbelasting alle betaalde BTW terugvraagt. Daar staat dan wel tegenover dat alle in rekening gebrachte BTW moet worden afgedragen. Alleen niet BTW-plichtigen betalen BTW over inkopen, kosten en investeringen zonder dat ze deze kunnen terugvorderen. Eventueel in rekening gebrachte BTW hoeven ze dan ook niet af te dragen. Dit geldt voor particulieren, bepaalde diensten van de overheid en voor welzijnsaccommodaties die voor de BTW vrijgestelde prestaties verrichten.
Het BTW tarief is voor de meeste artikelen 19%. Voor de eerste levensbehoeften, boeken en tijdschriften bedraagt het 6%. Alle leveringen van BTW plichtigen moeten vergezeld gaan van een factuur waarop de BTW is vermeld met percentage en bedrag. Een uitzondering hierop geldt voor de contante verkoop. Wilt u als welzijnsaccommodatie de door u betaalde BTW terugvragen, dan moet u als bewijsmateriaal een zogenaamde "BTW-bon" kunnen overleggen.
BTW en vrijgestelde prestaties
De meeste stichtingen en verenigingen die een welzijnsaccommodatie besturen zijn van BTW heffing niet uitgesloten behalve als ze, in de wet genoemde, vrijgestelde prestaties leveren.
In de wet op de omzetbelasting van 1968 zijn een aantal leveringen en diensten aangewezen die zijn vrijgesteld van BTW. Vrijstelling van BTW betekent niet alleen dat de betreffende stichting of vereniging geen BTW in rekening brengt, die ze vervolgens verschuldigd is, maar ook dat ze geen BTW op inkopen, kosten en investeringen kan aftrekken. Welzijnsaccommodaties vallen doorgaans onder de vrijstelling van levering van diensten van sociale en culturele aard. Deze vrijstelling is uitgewerkt in een bijlage bij het uitvoeringsbesluit Omzetbelasting die weer is onderverdeeld in twee delen A en B. In onderdeel A worden de prestaties van een groot aantal, met name genoemde, instellingen onder de vrijstelling gebracht. In onderdeel B zijn groepen van instellingen genoemd waarvan de prestaties zijn vrijgesteld, indien zij die verrichten volgens de statuten of doelstelling en daarbij geen winst beogen.
Welzijnsaccommodaties zoals dorpshuizen etc. worden daarin niet met zoveel woorden genoemd, maar zijn minstens bedoeld te vallen onder categorie 14; "Instellingen werkzaam op het gebied van het club en buurthuiswerk, alsmede het jeugd en jongerenwerk, alleen voor voorzieningen als bedoeld in onderdeel III van de bijlage van de welzijnswet".
Kantinevrijstelling
De baromzet van organisaties die vrijgestelde prestaties leveren (zie vorige alinea) is uitgesloten van de vrijstelling. Echter, wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zal de belastingdienst het tot een bepaald bedrag 'door de vingers zien'. We noemen dit de kantinevrijstelling. De voorwaarden zijn:
- de kantineomzet (drank, etenswaren, tabaksartikelen, speelautomaat) bedraagt niet meer dan € 68.067 per jaar;
- de kantineactiviteiten zijn uitsluitend als normale nevenactiviteiten aan te merken en er worden geen bruiloften, jubilea of feesten voor derden gegeven;
- exploitatieoverschotten van de kantine worden aangewend voor de hoofdactiviteit.
Als in enig jaar de jaarlijkse omzetgrens van € 68.067 wordt overschreden, wordt de barexploitatie het jaar daarop wel in de BTW heffing betrokken. Is de omzet in dat jaar echter weer lager dan de grens, dan blijft de vrijstelling gehandhaafd. De kantinevrijstelling geldt per kantine. Mocht een stichting of vereniging meerdere kantines exploiteren dan geldt de vrijstelling per kantine.
BTW en huur en verhuur
In principe is de verhuur van een onroerende zaak van BTW vrijgesteld. Maar in de wet is de mogelijkheid opgenomen dat de verhuurder en huurder gezamenlijk een verzoek indienen om de vrijstelling buiten toepassing te laten. Dit kan voordelig zijn indien de verhuurder de aan hem in rekening gebrachte BTW, bijvoorbeeld in verband met verbouw en verbetering en het onderhoud, als voorbelasting wil aftrekken.
BTW heffing en afdracht en forfaitair percentage
Indien een barexploitatie in de BTW heffing wordt betrokken, dient 19% in rekening te worden gebracht op de verkoop van alcoholische dranken, tabaksartikelen en speelautomaten. Voor andere dranken en voedsel, waaronder snoepgoed e.d. geldt het tarief van 6%. Op de af te dragen BTW over die omzet kan in mindering worden gebracht de betaalde BTW voor zover die betrekking heeft op kosten etc. die met die barexploitatie samenhangt. Dit vraagt dus een heel nauwkeurige splitsing in kosten die wel of niet op die omzet betrekking heeft. Alleen sportverenigingen kunnen zonder meer volstaan met een afdracht van een forfaitair percentage van 11% over de volledige omzet. De belastinginspecteur van de eenheid waartoe de welzijnsaccommodatie behoord, is geneigd een verzoek om in aanmerking te komen voor een forfaitair percentage, toe te staan.
BTW- afdracht op omzet samenvattend
Welzijnsaccommodaties nemen voor wat de BTW heffing en afdracht betreft een bijzondere plaats in. Ze zijn tot BTW heffing verplicht maar kunnen onder de afdrachtvrijstelling vallen.
Maar hoewel vrijgesteld kunnen ze toch, als gevolg van het feit dat ze meer dan € 68.607 omzet per jaar per kantine maken, wel weer BTW plichtig zijn.
Ze kunnen onder de vrijstelling vallen en minder dan de grens aan omzet per jaar in de bar maken maar toch opteren voor belaste verhuur. Ze kunnen onder de vrijstelling vallen, maar een hoge (dat wil zeggen een niet vrijgestelde) omzet realiseren, maar wat de verhuur betreft weer wel vrijgesteld zijn. In dit laatste geval is niet alle voorheffing op, bijvoorbeeld, energiekosten voor de BTW aftrekbaar.
Men doet er goed aan de eigen positie in deze verstandig te bekijken en vooraf met de inspecteur van de eenheid waaronder men valt afspraken te maken over zowel de BTW plichtigheid in het algemeen als over eventuele forfaitaire bedragen.
Kijk voor meer informatie bij
financiële administratie en
overige registraties of zoek op het internet bij
belastingdienst.
BTW en overige inkomsten
Naast inkomsten uit barexploitatie en verhuur van ruimtes en overige faciliteiten bestaan de inkomsten van gemeenschapshuizen voornamelijk nog uit subsidies in enkele gevallen uit sponsoring.
Subsidies worden overwegend in het algemeen belang verstrekt en in dat geval komt BTW-heffing niet aan de orde. Of er wel of niet BTW moet worden betaald over ontvangen sponsorgelden is van diverse factoren afhankelijk. De betrokken organisatie doet er goed aan zich vooraf met de inspecteur van de eigen eenheid hierover te verstaan. Het kan voorkomen dat een van BTW heffing vrijgestelde welzijnsaccommodatie alleen voor sponsorinkomsten (vanwege de afgesproken tegenprestaties) in de BTW heffing wordt betrokken. Dit betekent dan niet alleen BTW aangifte en administratieve verplichtingen, maar dan kan natuurlijk ook de betaalde BTW in het kader van de gesponsorde activiteit in mindering worden gebracht.
Vennootschapsbelasting
Winststreven
De winst van een BV is belast met vennootschapsbelasting (Vpb). Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 29% over de winsten tot € 22.689 en 34,5% over alles wat daarboven komt. Stichtingen en verenigingen die een welzijnsaccommodatie exploiteren zijn als rechtspersonen in het algemeen niet onderworpen aan de afdracht van vennootschapsbelasting. Maar als ze een onderneming drijven wel. Uit jurisprudentie blijkt dat stichtingen en verenigingen in principe vennootschapsbelasting moeten betalen als zij activiteiten ontwikkelen in het economisch verkeer die concurreren met activiteiten van andere ondernemingen en waarbij een winststreven aanwezig is. De fiscus neemt al snel een winststreven aan als de stichting of vereniging met een zekere regelmaat over exploitatie overschotten beschikt.
Vragenformulier bij oprichting
Bij oprichting krijgt de stichting of vereniging de vraag voorgelegd of men meent al dan niet voor de vennootschapsbelasting belastingplichtig te zijn. Bij ontkenning daarvan kan altijd in een later stadium, afhankelijk van de ontwikkelingen, de inspecteur van mening zijn dat er wel een vennootschapsbelasting plicht bestaat.
Vrijstellingen
Net als bij de BTW, maar wel op andere gronden, kan er sprake zijn van vrijstelling. In de wet worden een aantal instellingen genoemd die van vennootschapsbelasting zijn vrijgesteld. Voor welzijnsaccommodaties zou als vrijstellingsgrond kunnen gelden:
"instellingen waarbij het streven naar winst geheel ontbreekt of van bijkomstige betekenis is
en/of instellingen waarbij de behartiging van een algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat".
Daar komt nog bij dat welzijnsaccommodaties, die als instelling een sociaal belang behartigen en wier inkomsten hoofdzakelijk worden verkregen door de inzet van vrijwilligers, ook vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting als de winst niet meer bedraagt dan € 7.500,- per jaar en/of de winst in het verslagjaar en de voorafgaande vier jaren samen niet meer bedraagt dan € 37.500.
Kosten vrijwilligers
Belangrijk bij het bepalen van de winst is dat de kosten van vrijwilligers in aftrek mogen worden gebracht, waarbij fictieve bedragen mogen worden gehanteerd.
terug<<
Kansspelbelasting
Met ingang van 1 juli 2008 is de wet op de kansspelen gewijzigd. De opbrengst van gokautomaten wordt met ingang van die datum belast met 29% kansspelbelasting in plaats van met de BTW. Het gaat hier uitsluitend om automaten die geld uitkeren, dus geen flipperkasten etc. Bingoavonden of verlotingen kunnen eveneens onder de kansspelbelasting vallen.
Voor alle kansspelen geldt dat vrijstellingen mogelijk kunnen zijn. De betrokken welzijnsaccommodatie doet er goed aan zich hierover te verstaan met de inspectie belasting zowel ten aanzien van de mogelijkheid kansspelbelastingplichtig te zijn, waaraan dan te voldoen en om op de hoogte te zijn van de voorwaarden voor vrijstelling.
Dorpshuizen en ANBI
ANBI is de afkorting van: Algemeen Nut Beogende Instellingen. In twee arresten van de Hoge Raad (HR 20 mei 2005, nr. 40637 en 23 september 2005 nr. 41367) is gesteld dat instellingen die een gebouw exploiteren niet zijn aan te merken als goed doel instellingen, oftewel ANBI's. Ook niet als die instellingen diensten verrichten aan instellingen die wél zijn aan te merken als goed doel instelling. Op grond van deze arresten blijft het ministerie van mening dat dorpshuizen, ongeacht beheersvorm en het wel of niet zelf uitvoeren van sociaal-culturele activiteiten, niet in aanmerking kunnen komen voor een erkenning als ANBI. Op een verzoek om alsnog criteria vast te stellen werd niet ingegaan, het ministerie bleef verwijzen naar de arresten van de Hoge Raad. De praktijk is dan ook dat de meeste aanvragen voor de ANBI status van dorpshuizen, gemeenschapshuizen en dergelijke accommodaties in eerste aanleg en na bezwaar worden afgewezen.
Met het vervallen van art. 24.4 van de Successiewet en het onderbrengen van de regeling voor de successie onder de Inkomstenbelasting, had dit voor dorpshuizen de volgende nadelige consequenties:
- Eventuele legaten werden volgens het hoogste tarief belast, met een vrijstelling van € 1.913.
- Giften aan niet als ANBI erkende dorpshuizen door particulieren kwamen niet meer in aanmerking voor aftrek inkomstenbelasting.
- Ook het afzien van een vergoeding door vrijwilligers en het vervolgens aanmerken als gift was niet mogelijk.
Belastingplan 2009
Bij de behandeling van het Belastingplan 2009 is de motie Omtzigt/Cramer aangenomen, waarin onder andere werd voorgesteld ook dorpshuizen, gemeenschapshuizen en dergelijke accommodaties bij schenkingen en legaten te belasten volgens het laagste tarief, inmiddels 0%. Voor het jaar 2009 werden daarop dorpshuizen door het Ministerie van Financiën erkend als Sociaal Nut Beogende Instelling (SNBI) volgens het laagste tarief van 0% successie, maar ze kregen geen ANBI status.
Wijziging Successie wet 2010
Bij deze wijziging werden dorpshuizen c.s. erkend als Sociaal Belang Behartigende Instantie (SBBI), wat betekent dat ze bij schenkingen en legaten geen erfbelasting hoeven af te dragen, maar de voordelen van de ANBI status kregen ze niet.
Geefwet 2011
Per 1 januari 2011 is de Geefwet van kracht. Hierin wordt een opsomming gegeven van de instellingen die als ANBI worden erkend, maar ook in deze opsomming ontbreken de dorpshuizen. De niet als ANBI erkende instellingen, zoals dorpshuizen, blijven SBBI.
Daarnaast werden in de opsomming van ANBI's ook steunfondsen SBBI opgenomen als ANBI. Dit zou de mogelijkheid bieden om per dorpshuis een steunstichting op te richten met de voordelen van de ANBI status.
Momenteel blijkt bij de voorgestelde uitvoeringsregeling dat het Ministerie van Financiën uitsluitend fanfares en sportclubs, en dan nog alleen bij jubilea, onder deze regeling wil laten vallen. Daarmee zouden dan twee categorieën SBBI worden gecreëerd. Dit is in strijd met de wettekst, reden waarom de werkgroep Dorpshuizen.nl van de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) samen met de Nederlandse Vereniging van Vrijwilligers (NOV) commentaar hebben ingebracht bij de Tweede en Eerste Kamer. Zodra de uitvoeringsregeling bekend is zullen we de gevolgen voor dorpshuizen c.s. hier vermelden.
SOCIALE VERZEKERINGEN
Inhoudingsplicht
Neemt een dorpshuis, gemeenschapshuis, multifunctioneel centrum e.d. personeel in dienst, dan krijgt zij niet alleen te maken met de belastingdienst maar ook met de uitvoeringsinstelling.
Als werkgever bent u verplicht uw werknemers te verzekeren voor de Sociale Verzekeringswetten: de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), het Ziektewet (ZW)-vangnet en de Werkloosheidswet (WW).
Belastingdienst: innen van premies
Er moet over het uitbetaalde loon en alles wat als zodanig wordt aangemerkt, niet alleen belasting worden ingehouden maar dus ook premies voor werknemersverzekeringen.
Vanaf 2006 heeft de belastingdienst het innen van de premies overgenomen van UWV. Voor een overzicht van de premies sociale verzekeringen kunt u bij deze instantie terecht of bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Vrijwillige verzekeringen
Als er een vrijwillige verzekering is afgesloten, dan verandert de premie-inning niet: UWV blijft die gewoon innen.
De Belastingdienst hanteert één gecombineerde aangifte voor de premies werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en loonbelasting/premie volksverzekeringen. Deze aangifte moet elektronisch ingediend worden bij de Belastingdienst.nl
Polisadministratie
Het UWV beheert de zogenaamde Polisadministratie: Vanaf 1 januari 2006 houdt het UWV alle gegevens over inkomens, uitkeringen en arbeidsverhoudingen van alle verzekerden in Nederland bij. Dit levert de werkgever straks veel gemak omdat de gegevens slechts één keer hoeven worden aangeleverd. De Belastingdienst geeft namelijk veel gegevens die zijn verstrekt door aan UWV. Naast UWV kunnen andere instanties de gegevens gebruiken. Bijvoorbeeld de Belastingdienst, Pensioenfondsen en de Sociale Verzekeringsbank en het CBS.
Meer informatie is te vinden op http://
www.uwv.nl/ en http://
www.belastingdienst.nl/
Premies
Met de invoering van de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) kreeg de werkgever met ingang van 2006 te maken met een vaste basispremie voor WAO, IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) en WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) en met een gedifferentieerd premiedeel voor alleen de WAO. De WAO-premie is afhankelijk van het beroep dat op de regeling wordt gedaan. Vanaf 2007 is ook de WGA premiedifferentiatie ingevoerd. Vanaf 2008 wordt de premiedifferentiatie WAO afgeschaft (afschaffing Pemba). Alleen de gedifferentieerde WGA premie blijft.
Eigenrisico dragen
Er zijn verschillende mogelijkheden om het risico van arbeidsongeschiktheid van werknemers te verzekeren.
Het risico kan ondergebracht worden bij UWV of er kan voor gekozen worden Eigenrisicodrager (ERD) zijn. Als Eigenrisicodrager kan gekozen worden om het financiële risico helemaal zelf te dragen of om (deels) te verzekeren bij een particuliere verzekeraar.
Het aan- of afmelden als eigenrisicodrager kan uitsluitend bij de Belastingdienst. Kijk voor meer informatie op
www.belastingdienst.nl.
Ziektewet
De ziektewetverzekering hoort thuis in het rijtje verplichte werknemersverzekeringen.
Zij het dat hier niet meer, zoals voor de WAO en de WW en WA, een collectieve verzekering geldt. Werkgevers dienen individueel maatregelen te nemen en een keuze te maken voor het al dan niet afsluiten van een verzekering en de soort dekking. Het afsluiten van een verzekering om dit risico af te dekken wordt zeker aanbevolen.
Verder is er voor werkgevers in het kader van het voorkomen van ziekte de wettelijke verplichting om zich bij een gecertificeerde ARBO dienst aan te sluiten.
De ARBO dienst dient door werkgevers te worden ingeschakeld bij tenminste:
- ondersteuning bij de verzuimbegeleiding van zieke werknemers (alleen voor werknemers met recht op doorbetaling loon bij ziekte)
- ondersteuning bij het opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
- het uitvoeren van het vrijwillig periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)
- het houden van een spreekuur voor werknemers inzake de arbeidsomstandigheden
- de aanstellingskeuring (voorzover die voor de functie beslist noodzakelijk is)
Werkgevers die ten hoogste 40 uur per week betaalde arbeid laten verrichten zijn niet verplicht de arbodienst in te schakelen bij de RI&E. Zij kunnen gebruikmaken van de "checklist Gezondheidsrisico's" die gratis bij het ministerie van SZW verkrijgbaar is.
Tenslotte dient vermeld dat de wetgeving op dit terrein sterk in beweging is. Denk aan de Wet Poortwachter die beoogt het aantal ziektegevallen en WAO-gevallen terug te dringen. Alertheid is geboden.
Kijk voor meer informatie bij
Arbowet,
Personeelsadministratie, Administratie tijdelijke krachten of
Salarisadministratie of zoek op het internet bij
UWV.
terug<<
PENSIOENEN
Als het dorpshuis, gemeenschapshuis e.d. personeel in dienst neemt krijgt ze te maken met de pensioenverzekering. Is een CAO van toepassing (meestal de CAO Welzijn of in enkele gevallen de CAO voor de Horeca) of verklaart een welzijnsaccommodatie zelf een CAO van toepassing, dan is daarmee doorgaans ook de pensioenverzekering geregeld.
Als geen pensioenverzekering verplicht bij CAO is opgelegd dan is het een goed gebruik en getuigend van maatschappelijk verantwoord ondernemersschap om werknemers een pensioenverzekering aan te bieden. De werkgever is in dit laatste geval vrij in de keuze van een hem passend pensioenfonds. Daarbij spelen naast de rechten van verzekerden ook de kosten van de verzekering een rol.
Doorgaans wordt de overeengekomen premie door werkgever en werknemer samen gedragen. De werkgever houdt het werknemersdeel op het loon in en stort dit deel samen met het werkgeverdeel in de kas van de pensioenverzekeraar.
Informatie over pensioenen en verzekeren is op te vragen bij de eigen verzekeraar, of zoek op het internet bij
PGGM (Welzijn),
Bedrijfschap Horeca en Catering of
verzekeraars.
terug<<
BELANGRIJKE ADRESSEN
Belastingen
Ondernemingen Noord
Directie
Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle
Postbus 605, 8000 AP Zwolle
Tel 038 467 26 72, fax 038 460 25 63
http://
www.belastingdienst.nl/
Ondernemingen Zuid
Directie
Delpratsingel 23, 4811 AP Breda
Postbus 3391, 4800 DJ Breda
Tel. 076 526 00 00, fax 076 - 521 86 06
http://
www.belastingdienst.nl/
Kamers van Koophandel
Informatie Handelsregister: 0900 123 45 67
http://
www.kvk.nl/ (rubriek handelsregister)
Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland (VVK)
Watermolenlaan 1, 3447 GT Woerden
Tel 0348 - 426 911,
e-mail: beleid.monitoring@vvk.kvk.nl
http://
www.kvk.nl/
Werkgeversorganisaties
Vereniging VNO-NCW
Bezuidenhoutseweg 12, 2509 AA Den Haag.
Postbus 93002, 2509 AA Den Haag.
Tel 070 - 349 03 49, fax 070 - 349 03 00
e-mail: informatie@vno-ncw.nl
http://
www.vno-ncw.nl/
Koninklijke Vereniging MKB-Nederland
Brasserplei 1, 2612 CT Delft
Postbus 5096, 2600 GB Delft
Tel. 015 - 219 12 12, fax 015 - 219 14 14
http://
www.mkb.nl/
(Pensioen) verzekeraars
PGGM
Kroostweg - Noord 149, Zeist
Postbus 2011
3700 CA ZEIST
tel 030 - 277 33 11 fax 030 277 21 79
http://
www.pggm.nl/
Pensioenfonds Horeca & catering
Postbus 9251
1006 AG Amsterdam
tel 020 - 607 2550
E-mail pensioenzaken@phenc.nl
http://
www.phenc.nl/
Verbond van verzekeraars
Postbus 93450
2509 AL 's-GRAVENHAGE
http://
www.verzekeraars.nl/
Ministerie
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Anna van Hannoverstraat 4
Postbus 90801
2509 LV DEN HAAG
tel. 070 333 44 44
http://
www.minszw.nl/
|