Drank- en Horecawet

Geactualiseerd januari 2014

Aanpassing Drank en horecawet

Per 1 januari 2013 is de Drank en Horecawet aangepast. Doel van de aanpassing is het terugdringen van drankgebruik onder jongeren en de verlichting van administratieve lasten. Daarbij is het toezicht op de naleving van de wet verlegd van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (VWA) naar de gemeenten. De wetgever is van oordeel dat gemeenten beter kunnen anticiperen op lokale omstandigheden. Gemeenten moeten daarom vanaf 2014 een verordening met regels aangaande paracommercie hebben. Deze verordening is onderdeel van de Algemene Plaatselijke Verordening, de APV.

De nieuwe Drank en Horecawet biedt meer ruimte aan gemeenten om rekening te houden met de lokale omstandigheden. Daarbij is het standpunt van de regering – zoals verwoord in de Memorie van Toelichting- dat ‘gemeenten bij het vaststellen van de verordening de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.’ Met andere woorden: de nieuwe wet biedt gemeenten de kans om lokaal maatwerk te leveren. Als er geen reguliere horeca in de omgeving aanwezig is die een reëel alternatief biedt, kan de gemeente besluiten dat er geen sprake is van oneerlijke mededinging en geen of minder beperkingen opleggen. Onder de oude wet was een dergelijk besluit nog niet mogelijk.

Download hier de Modelverordening paracommercie VNG, waarin de inhoud van voorgaande alinea uitgebreid is beschreven. Verschillende gemeenten hebben hun verordening op deze modelverordening gebaseerd.

Doel van de Drank en Horecawet

De Drank- en Horecawet heeft een verantwoorde verstrekking van alcohol als uitgangspunt. Het doel daarvan is het voorkomen van gezondheidsrisico’s en andere maatschappelijke problemen door misbruik van alcoholhoudende dranken. Onder alcoholhoudende dranken worden in de Drank- en horecawet alle dranken verstaan met een alcoholpercentage van meer dan 0.5 %. Dorps- en gemeenschapshuizen die alcohol schenken hebben altijd met de Drank- en horecawet te maken. In dit artikel zetten we op een rijtje wat dat betekent.

Bestuursreglement

Het bestuur moet een bestuursreglement vaststellen, met onder meer huis- en gedragsregels ten aanzien van alcoholgebruik en het reglement aan de gemeente voorleggen. In de Vraagbaak vindt u een model bestuursreglement dat speciaal voor dorps- en gemeenschapshuizen en multifunctionele centra is opgesteld. Het is aan te bevelen de bezoekers en huurders van de accommodatie op de hoogte te brengen van de inhoud van het bestuursreglement.

Drank- en Horecavergunning (ook wel Tapvergunning genoemd)

  • Om alcohol te mogen schenken is een tapvergunning nodig. Die moet worden aangevraagd bij de gemeente. Daarbij is het diploma Sociale Hygiëne vereist. Op de vergunning moeten namelijk twee zogenaamde leidinggevenden worden genoemd. Deze leidinggevenden zijn personen die in het bezit zijn van het diploma Sociale Hygiëne.
  • Dorps- en gemeenschapshuizen kunnen, anders dan de commerciële horeca, een beroep doen op subsidies en/ of vrijwilligers. Om oneerlijke concurrentie met de horeca te voorkomen krijgen dorps- en gemeenschapshuizen die een bar in eigen beheer hebben daarom meestal een drank- en horecavergunning met beperkingen. De wet (art. 4) noemt een drietal beperkingen; die hebben betrekking op (a) de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden geschonken; (b) in de inrichting te houden feesten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen; (c) in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. Kijk ook bij paracommercie.
  • De vergunning is ‘pandgebonden’ en dus alleen geldig binnen de accommodatie. Als er buiten de accommodatie wordt geschonken, bijvoorbeeld tijdens een evenement in een tent naast het gemeenschapshuis, dan moet hiervoor een aparte vergunning worden aangevraagd. Kijk ook bij Stappenplan evenementen.

Diploma Sociale Hygiëne

Op momenten dat er alcohol wordt geschonken moet minimaal één persoon aanwezig zijn die over een verklaring Sociale Hygiëne beschikt. Dit mag ook een barvrijwilligers zijn die een instructie verantwoord alcoholgebruik heeft gevolgd. Zie hierna.
Het diploma Sociale Hygiëne kan worden verkregen door een cursus te volgen of door een ander diploma (b.v. horecapapieren) om te laten zetten.

Instructie Verantwoord Alcoholgebruik

Barvrijwilligers die alcohol schenken moeten minimaal 16 jaar oud zijn (een gemeente kan verordenen dat de leeftijd 18 moet zijn) en een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) hebben gevolgd. In de bar of kantine moet hiervan een registratie aanwezig zijn. De IVA kan worden gegeven door een leidinggevende of door een docent van buiten de organisatie, bijvoorbeeld een provinciale dorpshuizen of sportkoepel of een instelling die zich richt op alcoholpreventie.

Leeftijdsgrens

Aan jongeren onder de 18 jaar mag geen alcohol worden verstrekt. De leeftijdsgrens voor het schenken van alcohol moet in het buurt-of dorpshuis goed zichtbaar worden gemaakt. Een barmedewerker is verplicht de leeftijd van de jongeren na te gaan aan de hand van een legitimatiebewijs. Dit kan een paspoort, rijbewijs, bromfietscertificaat of een OV-studentenkaart zijn.

Schenktijden

De tijden waarop alcohol mag worden geschonken moeten goed zichtbaar vermeld worden.

Inrichtingseisen

Ook aan de accommodatie zelf stelt de wet eisen. De belangrijkste zijn:

  • In de accommodatie moet minimaal één ruimte zijn van minimaal 35 m².
  • De ruimte heeft een hoogte van tenminste 2,40 meter, nieuwbouw moet tenminste 2,6 meter bedragen.
  • De ruimte heeft een goed werkende mechanische ventilatie-inrichting die rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staat; de capaciteit van de ventilatie bedraagt 5,7 keer per uur bij een hoogte van 2,4 meter.
  • De accommodatie beschikt over elektriciteit, zodat u beschikt over energie.
  • De accommodatie beschikt over een drinkwatervoorziening zodat u voor consumptie en hygiëne geschikt water heeft.
  • De accommodatie beschikt over een voorziening voor het voeren van telefoongesprekken.
  • Er moeten twee volledig van elkaar gescheiden toilettengelegenheden aanwezig zijn (voor mannen en vrouwen). Elke toiletgelegenheid bevat tenminste een behoorlijke en afsluitbare toiletruimte en tenminste een behoorlijke voorziening om de handen met goed stromend water te kunnen wassen.

Handhaving

Overmatig alcoholgebruik zorgt in de samenleving voor nogal wat problemen, vandaar dat de handhavingbepalingen scherp zijn. Kijk ook bij Alcoholmatigingsbeleid.

Wie controleert?

Het houden van toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet is sinds 1 januari 2013 een taak van de gemeente.

Wat wordt gecontroleerd?

De gemeente handhaaft op hetgeen is vastgelegd in de verordening. Informeer hiernaar bij uw gemeente.
Het is aannemelijk dat genoemde punten in de gemeentelijke verordening zijn opgenomen:

  • De vergunning van de gemeente
  • De inrichtingseisen
  • De aanwezigheid van de leidinggevende of de barvrijwilliger
  • De controle op het juist handhaven van de leeftijdsgrens.
  • Alcoholbezit in de openbare ruimte van jongeren onder de 18 is strafbaar. Dit is ook het geval wanneer de jongere het drankje door een volwassene heeft laten kopen.
  • De aanduiding van de leeftijdsgrens en de schenktijden.

Het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet, de APV en vergunningvoorwaarden wordt gedaan door de zogenoemde BOA’s. Deze ambtenaren zijn door de gemeente aangesteld. De opsporingsambtenaren hoeven zich niet bekend te maken en kunnen onopvallend onder het publiek aanwezig zijn. Bij het niet naleven van de regels in de Drank- en Horecawet, de APV en de vergunningvoorwaarden kan dit leiden tot een waarschuwing en wanneer de overtreding vaker is geconstateerd, kan een sanctie volgen.
Ook de politie kan in het kader van hun algemeen toezichthoudende taak optreden als opsporingsambtenaar voor de Drank- en Horecawet. De politie kan direct een proces verbaal opmaken wanneer het een overtreding van de sluitingstijden betreft.

Wat zijn de sancties?

  • Bestuurlijke boete. De burgemeester kan een bestuurlijke boete opleggen in het geval dat de paracommerciële een overtreding heeft begaan binnen zijn gemeente (paragraaf 8, art. 44a en 44aa).
  • Strafrechtelijke vervolging. Op basis van de Wet op de economische delicten, hetgeen een boete tot gevolg zal hebben, dan wel, na herhaaldelijk overtreden, het stilleggen van de alcoholverkoop.
  • De gemeente kan de vergunning ook zelf intrekken wanneer men zich niet aan de regels houdt of wanneer er, bijvoorbeeld, veel overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt.

Organisatie

Een bestuur van een dorps- of gemeenschapshuis kan zich niet veroorloven om de barexploitatie amateuristisch te organiseren. Daarvoor staat er teveel op het spel. Ook wanneer een en ander goed is geregeld doet een bestuur of leidinggevende er goed aan om de gang van zaken regelmatig te evalueren. Hulpmiddelen daarbij kunnen zijn:

  • de barexploitatie tot een vast agendapunt te maken van de bestuursvergadering
  • iemand binnen het bestuur aanwijzen en met de verantwoordelijk belasten voor het (doen) nakomen van bepalingen inzake de sociale hygiëne, IVA, actualiseren van leeftijdsgrenzen, vergunning, bestuursreglement, contracten, etc.
  • Het regelmatig uitvoeren van kwaliteitscontroles.

Vragen?

Voor meer informatie over details van de Drank en Horecawet kunt u terecht op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit: www.handhavingdhw.nl
Of informeer bij uw gemeente.