Financiering

Bij de financiering van welzijnsaccommodaties zoals dorpshuizen, parochiecentra e.d. gaat het kort gezegd om de vraag: waar halen ze het geld vandaan dat nodig is om het geheel te kunnen starten, onderhouden en exploiteren. Zeg maar: de tent draaiende houden.

Beschikt de organisatie zelf over de financiële middelen (eigen vermogen) of moet het benodigde geld worden geleend (vreemd vermogen)? En hoe doet men dat dan en bij wie?
Hoe dan ook, of de behoefte aan geldmiddelen nu door eigen geld of vreemd (geleend) geld gedekt moet worden, eerst moet die vermogensbehoefte in kaart gebracht worden.

Vermogensbehoefte

Vermogensbehoefte bestaat altijd. Bijvoorbeeld omdat de aanschaf van tafels en stoelen (duurzame bezittingen) geld kost. Of omdat de kost altijd voor de baat uitgaat. U geeft vandaag geld uit en ontvangt dat pas later terug. Of omdat meer geld wordt uitgegeven dan door inkomsten wordt gedekt. Een activiteit kan bijvoorbeeld meer kosten dan was begroot. De penningmeester (of een andere financieel verantwoordelijke) mag zich hierdoor niet laten verrassen. Daarom moet hij of zij voortdurend:

  • op de hoogte zijn van de bestaande vermogensbehoefte
  • toekomstige veranderingen kunnen inschatten (ramen)
  • eventuele tekorten tijdig en verantwoord weten te dekken (financieren)
  • eventuele overschotten verstandig kunnen beleggen

Om de vermogensbehoefte permanent in beeld te houden staan de financieel verantwoordelijke een aantal hulpmiddelen ter beschikking:

  • Allereerst is dat de actuele activiteitenbegroting of subsidiebegroting. Deze begroting brengt in beeld welke uitgaven de komende periode verwacht mogen worden en welke dekking in de vorm van inkomsten (eigen en “vreemde”) daartegenover wordt geraamd. Samen met de eventueel onderliggende investeringsbegroting kan de behoefte aan financieringsmiddelen worden geraamd.
  • Met de liquiditeitsbegroting, die tenminste op beide voorgaande begrotingen (de activiteitenbegroting en de investeringsbegroting) is gebaseerd, kan in beeld worden gebracht of er in het begrotingsjaar geldtekorten of overschotten zijn te verwachten. Als ook rekening is gehouden met eventuele ontvangsten van debiteuren en betalingen aan crediteuren en er dan nog tekorten of overschotten bestaan, dan zal moeten worden bekeken hoe die tekorten kunnen worden gefinancierd en de eventuele overschotten kunnen worden belegd (zonodig kortstondig). (zie ook Begroting).
  • Een andere belangrijke bron van informatie vormt de jaarrekening, bestaande uit de Balans en de Resultatenrekening (winst of verliesrekening) van het afgelopen jaar.

De Balans geeft een overzicht van de actuele bezittingen en schulden van de organisatie. De vermogensbehoefte van het moment dat de Balans is opgemaakt wordt daardoor in beeld gebracht. In een oogopslag is aan de linkerkant van de Balans te zien dat er verschillende bezittingen zijn, zoals kasgeld of voorraden of investeringen. Dit zijn de aanschaffingen die in het verleden, tot een vermogensbehoefte hebben geleid en ook zijn gefinancierd, zie de rechterzijde van de Balans. Aan die rechterzijde van de Balans is dus te zien hoe de organisatie op Balansdatum in de financiering van de vermogensbehoefte heeft voorzien.

De Resultatenrekening tenslotte geeft een beeld van het zelffinancierend potentieel van de organisatie. Een eventuele winst heeft het eigen vermogen doen aangroeien. Als gevolg daarvan kan een eventuele groeiende vermogensbehoefte in de toekomst, bijvoorbeeld voor geplande investeringen, worden gedekt. Een eventuele winst kan ook dienen om gereserveerd te worden voor tegenvallers in de toekomst.

Genoemde informatiebronnen, de activiteitenbegroting eventueel samen met de investeringsbegroting, de liquiditeitsbegroting en de voorbije jaarrekening, zijn ieder voor zich niet voldoende om de complete informatie over de vermogensbehoefte te leveren. Samen zijn ze dat wel. Voor verantwoorde beslissingen over de dekking van de vermogensbehoefte moeten ze allemaal en in relatie tot elkaar in de te nemen beslissingen worden betrokken.
En een verstandig bestuur zal daarnaast ook rekening houden met trends in de samenleving zoals die bijvoorbeeld weerspiegeld worden in het gemeentelijk subsidiebeleid.

Vermogensvorming

Welzijnsaccommodaties beschikken doorgaans niet, of slechts in geringe mate, over eigen geld (eigen vermogen). Dat heeft twee oorzaken die met elkaar verband houden. Omdat welzijnsaccommodaties als not for profit organisaties er niet op gericht zijn winst te maken, is dus deze bron van eigen vermogensvorming nagenoeg afgesloten. Daar komt bij dat veel (gemeentelijk)subsidiebeleid eigen vermogensvorming niet toestaat. Ook andere mogelijkheden om eigen vermogen te vormen, bijvoorbeeld door het ontvangen van giften, donaties, schenkingen, erfenissen en legaten, zullen niet veel voorkomen. Enerzijds niet omdat zulke goeie gevers nu eenmaal dun gezaaid zijn, anderzijds (weer) omdat een (gemeentelijk)subsidiebeleid dit kan frustreren. Welzijnsaccommodaties zijn dus voor de financiering van hun vermogensbehoefte vooral aangewezen op de markt. Dat wil zeggen op de banken, leveranciers en leasemaatschappijen. En zoals iedereen wel uit eigen ervaring weet is vreemd geld (geleend geld) per definitie duurder dan eigen geld.

Financieringsmogelijkheden

Bij het aantrekken van vreemd geld, een krediet of een lening moet de organisatie er rekening mee houden dat over het geleende bedrag een vergoeding moet worden betaald (de rente) en dat het geleende geld vroeg of laat terug moet worden gegeven. De exploitatie van de gemeenschapsaccommodatie moet dus zodanig zijn dat de rente kan worden vergoed en het geleende bedrag op termijn terugbetaald. De meeste leningverstrekkers eisen bovendien een zekerheid, zoals een onderpand of een garantieverklaring, zodat wanneer een lening niet normaal kan worden afgelost dit uit de opbrengst van de verkoop van het onderpand kan.

Kredietvormen

  • Leverancierskrediet wordt verstrekt doordat levering van goederen of diensten eerder plaatsvindt dan de betaling. Een gebruikelijke krediettermijn is 30 dagen. Soms komt een leverancier snelle betalers, bijvoorbeeld binnen 8 dagen, tegemoet met een extra korting. Vaak is dat voordelig, zelfs als u het geld een korte periode, bijvoorbeeld het verschil tussen 30 dagen en 8 dagen, van een bank moet lenen.
    Voorbeeld: stel dat de korting bij betaling binnen 8 dagen 2% is. En de kredietkosten van de bank 12% op jaarbasis. Tweeëntwintig dagen gedeeld door 365 dagen keer 12 % = 0,67%. Het voordeel bedraagt 2% (de korting) minus 0,67% (rente op de lening) = 1,33%.
  • Rekening-courantkrediet is het krediet dat wordt verleend door een bank. Over het algemeen wordt met een bank afgesproken of- en in hoeverre degene die het krediet ontvangt rood mag staan. Banken concurreren dezer dagen meer dan ooit. Het kan soms nuttig zijn offertes bij banken over rekening-courantkrediet op te vragen en met elkaar te vergelijken. Zoals ook in dit geval is een prijsvergelijking alleen niet zaligmakend. Andere voorwaarden en service moeten ook in de vergelijking worden betrokken.
  • Borgstellingkrediet is het krediet dat wordt verleend onder de voorwaarde dat een derde (de borg) het op zich neemt ervoor te zorgen dat een leverancier zijn geld krijgt, ook al blijft de afnemer in gebreke. Soms is een borgstellingkrediet Midden- en kleinbedrijf mogelijk of kan een lening durfkapitaal (Tante-Agaathlening) worden afgesloten. In alle gevallen dient u met de bank te overleggen over deze mogelijkheid en de voorwaarden waaronder een en ander gerealiseerd kan worden.
  • Hypotheekkrediet wordt meestal verleend op een pand. In de praktijk wordt meestal 60 à 70% van de taxatiewaarde gefinancierd. Maar ook andere registergoederen kunnen dienen als onderpand voor een hypotheeklening. Hypotheken hebben al gauw een looptijd van 20 of 30 jaar. De rente staat meestal voor een aantal jaren vast. Hoe lang die rentevaste periode moet zijn is zeker in deze tijd niet te zeggen en een goede voorlichting van de kant van de ‘huisbankier’ is hierbij geen overbodige luxe..
  • Leasing, of financial lease, lijkt veel op het kopen op afbetaling. Het gewenste product, bijvoorbeeld een computer, wordt direct verkregen. Er hoeft niets aanbetaald te worden. De ontstane schuld (aankoopprijs + renteopslag) moet binnen een afgesproken termijn worden terugbetaald.
    Voorbeeld:
    De prijs van een computer bij contante betaling € 3.500,-
    De prijsopslag (rente) bij financial lease is € 625,-
    De totale som van de leasetermijnen wordt dan € 4.125,-
    De totale leasesom moet worden terugbetaald in 48 maandelijkse termijnen. Een termijn is dus € 85,94 en bestaat uit twee bestanddelen:
een aflossingsbestanddeel van € 3.500,-
48 maanden =  €72,92
een rentebestanddeel van €    625,-
48 maanden =  € 13,02
€ 85,94 per  maand

De rente- en aflossingsbestanddelen blijven gedurende de gehele looptijd ongewijzigd. De bedragen die in de activiteiten– of liquiditeitsbegrotingen moeten worden ingevuld zijn dus vrij gemakkelijk vast te stellen.
Deze kredietvorm komt in een andere gedaante vrij veel voor in welzijnsaccommodaties. Vaak worden de kantine- of buffet inrichting door de leverancier van de dranken op deze basis geleverd. De organisatie is dan wel verplicht gedurende een afgesproken tijd dranken van de betrokken leverancier af te nemen. “Betaling” (van de doorgaans vrij zachte rentevoorwaarden) door de welzijnsaccommodatie heeft meestal plaats door middel van verrekening van bonussen of jaarlijkse kwijtschelding.

  • Operational lease is een andere vorm van leasing. Het is een vorm van huren. Bijvoorbeeld van een kopieermachine. De voordelen van operational lease zijn:
  • er hoeft niet gefinancierd te worden
  • de onderhoudskosten zijn doorgaans in het huurbedrag ingesloten
  • steeds kunnen de nieuwste apparaten worden gehuurd. Waardevermindering en veroudering zijn voor de verhuurder.
    Nadeel voor de huurder zijn de relatief hoge kosten.
  • Factoring is de kredietvorm waarbij uitstaande vorderingen worden overgedragen aan een zogenaamde factormaatschappij. Welzijnsaccommodaties zullen hier overigens bijna nooit gebruik van maken.
  • Vrijmaken van vermogen is een manier van financieren, maar niet direct met vreemd vermogen. Het versnellen van de debiteurenincasso valt hier bijvoorbeeld onder, of het inkrimpen van voorraden. Maar ook de verkoop van het eigen pand (vaste activa) en dit weer terughuren of overdragen aan leasemaatschappijen. Dit is de zogenaamde sale en lease back constructie. Of dit laatste nu wel zo aan te bevelen is valt te betwijfelen, maar het is een mogelijkheid die genoemd moet worden en ook wel degelijk wordt gebruikt.