Arbowet

Geactualiseerd juni 2007

Met ingang van 1 januari 2007 is de Arbowet in Nederland gewijzigd. Werkgevers en werknemers krijgen door de nieuwe Arbowet meer mogelijkheden om zelf invulling te geven aan de wijze waarop ze in de eigen sector aan de wetgeving voldoen. Dit heeft als voordeel dat binnen de organisatie een arbobeleid gevoerd kan worden dat rekening houdt met de specifieke kenmerken van de sector. Geen ‘one size fits all’ aanpak dus, maar maatwerk. Een arbobeleid op maat dat in samenspraak met werknemers tot stand is gekomen, kan rekenen op meer draagvlak in een organisatie.

Achtergrond

De arbeidsomstandigheden wet (Arbowet) regelt de zorg voor de gezondheid, de veiligheid en het welzijn op het gebied van arbeid voor werknemers. In de wet ligt sterk de nadruk op veiligheid en het voorkomen van situaties die kunnen leiden tot ziekteverzuim, maar zij houdt zich ook bezig met de terugkeer naar de werkplek na een ziekteperiode. De zorg voor goede arbeidsomstandigheden is een verplichting voor de werkgever. Bij dorps- en gemeenschapshuizen zal dit vaak het bestuur zijn. De zorg strekt zich niet alleen uit tot zorg voor werknemers, maar geldt ook voor vrijwilligers en eigenlijk voor iedereen die in de organisatie werkzaamheden verricht. Besturen van dorps- en gemeenschapshuizen zullen, net als iedere ander, hun verantwoordelijkheid in deze moeten oppakken. Een bestuur dat ‘willens en wetens’ nalaat de zorg waartoe het Arbobeleid verplicht goed op te pakken, loopt het risico hoofdelijk aansprakelijkheid te worden gesteld voor eventuele ongevallen.

Publiek en privaat domein

In de nieuwe Arbowet wordt een onderscheid gemaakt tussen het publieke domein en het private domein. In het publieke domein (Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling) zorgt de overheid voor een helder wettelijk kader met zo min mogelijk regels en zo weinig mogelijk administratieve lasten.

In het private domein maken werkgevers en werknemers samen afspraken over de wijze waarop zij binnen een organisatie geven aan de doelvoorschriften van de overheid.

De Arbeidsomstandighedenwet

De wet zelf gaat in haar benadering uit van de zorg van de werkgever voor zijn werknemers, dat wil zeggen personen waarvoor hij krachtens een rechtsverhouding (arbeidscontract en CAO) verplicht is te zorgen. Dorps- en gemeenschapshuizen zijn organisaties waarin zowel met professionals als met vrijwilligers wordt gewerkt. De werkgever is verplicht Arbobeleid te voeren.

Als in een accommodatie uitsluitend met vrijwilligers wordt gewerkt, is het de bestuurders toch aan te raden om de risico’s voor veiligheid en gezondheid te inventariseren en de maatregelen treffen die daarbij horen. De zorgplicht blijft ook na de wetswijziging van 2007 bestaan: een bestuur is verantwoordelijk voor veilige en gezonde werkomstandigheden. De Arbowet geeft hiervoor in algemene regels kaders aan. Zo zullen er bijvoorbeeld veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen in verband met de brandveiligheid in de keuken.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit

Ter uitwerking van de Arbowet, die uitsluitend algemene bepalingen bevat over het te voeren Arbobeleid binnen een organisatie, geeft het Arbeidsomstandighedenbesluit concrete bepalingen naar onderwerp. Alle verboden, voorschriften en uitzonderingen die met een bepaald onderwerp te maken hebben staan in hoofdstukken bij elkaar. Zo staat in het hiervoor genoemde voorbeeld over brandveiligheid in de keuken in het Arbobesluit vermeld, dat voor het frituren van levensmiddelen een specifieke afvoerinstallatie is vereist.

De Arbeidsomstandighedenregeling

Hierin worden bepaalde onderdelen uit het Arbobesluit nader uitgewerkt. Het gaat dan om specifieke bepalingen, bijvoorbeeld de taken van de Arbo-dienst. Terugkomend op het voorbeeld over de brandveiligheid in de keuken zal de Arbodienst de afvoerinstallatie periodiek moeten keuren.

Zorgverplichtingen

Werkgevers en werknemers zijn samen verantwoordelijk voor het systematisch verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Meer in het bijzonder vloeien hier voor de werkgever taken uit voort die we zorgverplichtingen noemen. Dit gaat verder dan het incidenteel regelen van zaken binnen de organisatie. De arbeidsomstandigheden en de verbetering daarvan moeten systematisch worden aangepakt en moeten een vast onderdeel van de bedrijfsvoering uitmaken. Welke zijn de zorgverplichtingen van de werkgever op grond van de Wet Arbo?

  1. Het inventariseren en evalueren van de risico’s binnen de organisatie. Het instrument daarvoor is de Risico-inventarisatie en evaluatie, kortweg: RI&E. Er bestaan RI&E’s voor verschillende branches. Dorps- en gemeenschapshuizen en ook een voor vrijwilligerswerk.
  2. Het formuleren en voeren van een verzuimbeleid dat is gericht op de voorkoming van verzuim. Treedt er toch verzuim op dan regelt de Wet verbetering poortwachter de verhoudingen (rechten en plichten) tussen de werkgever, de verzuimende werknemer en de Uitvoeringsinstantie Werknemersvoorzieningen (UWV) (zie ook Arbeidsongeschiktheid).
  3. Het formuleren van beleid t.a.v. seksuele intimidatie, agressie en geweld. (zie ook psychosociale belasting).
  4. Het melden van ongevallen en eventuele beroepsziekten bij de Arbodienst, waarbij men eventueel is aangesloten
  5. Het voorkomen van gevaar voor derden door het treffen van voorzorgsmaatregelen, waardoor risicovolle situaties worden vermeden.

Keuzemogelijkheden

Werkgevers kunnen sinds 1 juli 2005 kiezen uit twee manieren om de arbo-ondersteuning te organiseren. Er kan worden gekozen voor de zogenaamde standaardregeling of de maatwerkregeling. De standaardregeling is een voortzetting van het beleid van voor 1 juli 2005 en houdt in een contract met een arbodienst. Wie kiest voor de maatwerkregeling heeft meer mogelijkheden.
Maar er zijn wel drie voorwaarden verbonden aan de maatwerkregeling:

  • de accommodatie moet in elk geval een dienstverleningcontract afsluiten met een bedrijfsarts.
  • bij de maatwerkregeling moet de RI&E ter toetsing worden voorlegd aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts en arbeids- en organisatiedeskundige).
  • de maatwerkregeling mag alleen worden gebruikt in overeenstemming met de OR of de personeelsvertegenwoordiging, of nadat het in de CAO is mogelijk gemaakt.

Wie aan deze voorwaarden voldoet kan er via de maatwerkregeling vervolgens voor kiezen om:

  • alle deskundige arbo-ondersteuning extern in te kopen, bijvoorbeeld bij een bedrijfsarts
  • alle deskundige arbo-ondersteuning intern te organiseren, door middel van het in dienst nemen van arbodeskundigen
  • een combinatie van bovenstaande twee mogelijkheden, bijvoorbeeld een veiligheidskundige aanstellen en andere arbodeskundigen inhuren

Toetsen van de RI&E

Een risico-inventarisatie bestaat uit een evaluatie en een plan van aanpak. In sommige gevallen is er voor de toetsing een arbodienst of een arbodeskundige nodig. Er zijn twee situaties mogelijk:

  1. Accommodaties met 25 of minder werknemers hoeven de RI&E niet te laten toetsen, op voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van een RI&E-instrument dat in de CAO is vastgelegd.
  2. Accommodaties met meer dan 25 werknemers leggen de RI&E voor aan de arbodienst of aan een arbodeskundige. Deze zullen de RI&E toetsen.

Klik hier voor meer informatie.

Interne preventiemedewerker(s)

Accommodaties met 25 of meer werknemers moeten een preventiemedewerker aanwijzen die wordt belast met preventietaken (bijvoorbeeld voorlichting geven). In de RI&E moet de organisatie aangeven hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten doen. Bij organisaties met 25 of minder werknemers mag de werkgever deze taken zelf op zich nemen, op basis van aanwijzingen daartoe in de RI&E.

Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat de prioriteiten voor de aanpak in goed overleg tussen bestuur en de betrokken vrijwilligers dienen te worden gesteld. Bestaat daar misverstand over, dan loopt men het gevaar het traject te frustreren. Immers de beleving van degenen die direct in hun taakuitoefening met de omstandigheden te maken krijgen, dient voor de werkgever een belangrijke maatstaf te zijn bij het komen tot een pakket van maatregelen.

Vrijwilligers

Om het Arbobeleid binnen accommodaties met ten hoogste 40 uur betaalde arbeid per week vorm te geven is in het verleden een speciale checklist ontwikkeld, de arbocheck vrijwilligerswerk. Door de wetswijziging zijn de betreffende accommodaties niet langer verplicht deze check uit te voeren, behalve als er sprake is van zeer ernstige risico’s. Enkele voorbeelden zijn valgevaar (bijvoorbeeld bij de restauratie van een dorpshuis), en het werken met gevaarlijke stoffen. Ook blijven aanvullende bepalingen voor gezond en veilig werken van kracht voor kwetsbare groepen die extra bescherming nodig hebben. Het gaat om jeugdige vrijwilligers tot 18 jaar en vrijwilligers die zwanger zijn of borstvoeding geven. Groepen die volgens de Arbowet niet als vrijwilliger worden gekenmerkt: Stagiairs, leerlingen, proefplaatsingskandidaten, uitvoerders van een taakstraf, gevangenen en tbs’ers. Accommodaties die met één of meerdere van deze groepen werken, moeten dan ook alle regels van de Arbowet volgen.

Accommodaties die serieus werk willen maken van arbeidsomstandigheden staat het natuurlijk vrij om ook buitern ‘zeer ernstige risico’s’ de Arbocheck te blijven gebruiken. In het licht van de aansprakelijkheid zegt een actief Arbobeleid iets over verantwoordelijk besturen!

Met behulp van deze checklist kunnen de volgende zaken worden geïnventariseerd:

  • Wat zijn de gevaren in de accommodatie voor de vrijwillige medewerkers?
  • Hoe groot zijn die gevaren en wie zou er schade aan de gezondheid kunnen oplopen en hoe?
  • Zijn er voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen, zodat het risico tot een uiterste kan worden beperkt?
  • Welke prioriteiten stelt de accommodatie in het plan van aanpak (waar gaat men het eerste iets aan doen).

Arbobeleid organiseren

Zet het Arbobeleid op de agenda van het bestuur en laat het regelmatig terugkomen. Bepaal wie zich met het Arbobeleid gaat bezig houden. Bijvoorbeeld één of meer bestuursleden of een bestuurscommissie, eventueel aangevuld met terzake kundige vrijwilligers of medewerkers. De Arbowet bepaalt dat de RI&E in ieder geval om de vier jaar en na belangrijke wijzigingen aan- en ongevallen in de accommodatie moet worden geactualiseerd.

Handhaving

De Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor de handhaving van de afspraken en maatregelen in het kader van het Arbobeleid. Zij doet dit op eigen initiatief via systematisch uitgevoerde inspecties. Ze spoort misstanden op en komt in overleg met het bestuur en/of beheerder tot afspraken over opheffing daarvan. De Arbeidsinspectie gaat vooral op een ’reactieve wijze’ te werk door meldingen van arbeidsongevallen en klachten te onderzoeken. Tegen overtredingen van de Arbowet treedt zij handhavend op. Zij heeft hiervoor de volgende instrumenten in oplopende zwaarte:

  1. Het geven van een waarschuwing met een bindende afspraak tot naleving daarvan.
  2. Het stellen van een uitdrukkelijke eis tot naleving.
  3. In geval van ernstige overtredingen, of herhaling van een overtreding, wordt een rapport opgemaakt waarin een boete wordt opgelegd. De wetswijziging van 1 januari 2007 heeft een verdubbeling van de boetes mogelijk gemaakt.
  4. In geval van ernstig gevaar worden de activiteiten, die daarmee verband houden onmiddellijk stilgelegd, waarna een proces-verbaal wordt opgemaakt.

Websites

http://www.arboportaal.nl/
http://www.rie.nl/ (diverse RI&E’s)
http://www.nibhv.nl/ (het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening)