Beleidskeuze barexploitatie

Geactualiseerd februari 2018

De hoofdfunctie van welzijnsaccommodaties als dorps-, buurt- en gemeenschapshuizen is het bieden van een ontmoetingsplaats voor dorp of buurt en onderdak voor het verenigingsleven. In bijna alle gevallen is er ook een bar of kantine. De positieve resultaten uit de barexploitatie vormen in de meeste accommodaties het fundament voor de exploitatie. Een bekwaam uitgevoerde barexploitatie is daarbij een onmisbaar element van de bedrijfsvoering.

Verschillen met commerciële horeca

Oppervlakkig beschouwd kunnen welzijnsaccommodaties qua mogelijkheden en dienstverlening de vergelijking met commerciële horecabedrijven doorstaan. Toch zijn er wezenlijke verschillen. Die zijn gelegen in de doelstelling en de afwijkende kosten.

Doelstelling

In de statuten en beleidsstukken van welzijnsaccommodaties wordt de barexploitatie niet als (hoofd)doelstelling van de organisatie genoemd. De barexploitatie kan wel een middel zijn voor het bereiken van de hoofddoelen. We zien dit terug in het standpunt van de fiscus die de baromzet beneden een bepaald maximum niet in de omzetbelasting betrekt (kantineregeling) omdat deze, volgens de fiscus, voortvloeiend uit de hoofdfunctie wordt gerealiseerd. Op weer een andere manier zien we het terug in het alcoholmatigingsbeleid dat door besturen van nogal wat welzijnsaccommodaties wordt nagestreefd.

Kosten

In de kostensfeer zijn er twee kenmerkende verschillen met commerciële bedrijven. Allereerst de personele kosten. Veel welzijnsaccommodaties maken voor het barbeheer gebruik van (niet betaalde) vrijwilligers. Op de tweede plaats ontvangen de meeste welzijnsaccommodaties overheidssubsidie of subsidie van fondsen, die horecabedrijven niet ontvangen. Hierdoor ontstaat voor de reguliere horecabedrijven een concurrentienadeel. In het artikel Paracommercie vindt u hierover meer informatie.

Exploitatievormen

Of het nu om een kleine bar of een grote kantine gaat, de druk ervan op de organisatie is groot. Daarom doet een bestuur er verstandig aan de beheersvorm met zorg te kiezen. Er zijn globaal twee mogelijkheden: de horeca in eigen hand houden of de horeca uitbesteden aan een ondernemer. Dat laatste noemen we verpachten.

In eigen beheer

De verantwoordelijkheid voor de barexploitatie ligt, wanneer u de horeca in eigen beheer heeft, altijd bij het bestuur. Voor de uitvoering heeft het bestuur de keuze uit betaald personeel, vrijwilligers of een combinatie van beide. Met een bar in eigen beheer krijgt u onder andere te maken met de vergaande eisen van de Drank en Horecawet, organisatie van inkoop en opslag, administratie en in het geval van betaald beheer werkgeverschap. In het artikel In eigen beheer wordt dieper ingegaan op overwegingen die kunnen leiden tot de keuze voor vrijwilligers of betaald beheer, wetten en vergunningen en de organisatie van het barbeheer.

Verpachten

Bij verpachting van de bar of kantine wordt de exploitatie daarvan door het bestuur (de verpachter) aan een ondernemer (de pachter) overgedragen. De pachter gaat de exploitatie voor rekening en risico voeren. De pachter betaalt het bestuur hiervoor een vergoeding (de pachtsom). De verpachter (het bestuur) draagt de verantwoordelijkheid voor de horeca over, maar blijft eigenaar van de accommodatie. Meer informatie over de voor en tegens van verpachten en modelovereenkomsten vindt u in het artikel Verpachten.