Aansprakelijkheid

Geactualiseerd september 2016

Als de stichting of vereniging bij notariële akte is opgericht en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel zijn bestuurders in principe niet aansprakelijk voor de gevolgen van de besluiten die zij voor de organisatie nemen. Alleen als zij buiten hun bevoegdheid handelen of als zij niet aan de formele eisen voldoen, kan dat anders zijn.

Bevoegdheid

Bevoegd zijn betekent dat de bestuurder namens de organisatie mag deelnemen aan het rechtsverkeer en dat de gevolgen daarvan voor rekening en risico van de organisatie zijn. De bevoegdheid van bestuurders is geregeld in de wet en in de statuten.
Er kan onderscheid worden gemaakt in de formele bevoegdheid en inhoudelijke bevoegdheid. Bij formele bevoegdheid gaat het om de vraag wie de organisatie kan vertegenwoordigen. Dat is in de statuten geregeld, meestal zijn het twee bestuursleden samen. Inhoudelijke bevoegdheid handelt om de vraag wat zij mogen doen. Zo moet het handelen passen in de doelstelling van de organisatie en moeten de bepalingen van de statuten in acht worden genomen.
Het bestuur kan de bevoegdheid voor kleinere overeenkomsten, zoals dagelijkse aankopen, delegeren aan medewerkers.

Interne en externe aansprakelijkheid

Interne aansprakelijkheid handelt om aansprakelijkheid ten opzichte van de organisatie zelf. Dat kan bijvoorbeeld ontstaan als het bestuur aankopen doet die niet ten goede komen aan het doel van de organisatie. Dan kan de organisatie de schade op de bestuurders verhalen. Of in gevallen van fraude of ander laakbaar gedrag. Ook dan kan de schade op de bestuurders worden verhaald.
Externe aansprakelijkheid handelt om aansprakelijkheid ten opzichte van derden. Dat zijn alle anderen dan de organisatie zelf. Als het bestuur overeenkomstig de statuten handelt, is zij niet aansprakelijk voor eventuele schade die derden lijden door het handelen van de organisatie. Maar ook hier geldt dat een bestuurder die handelt buiten zijn bevoegdheid aansprakelijk is voor de gevolgen.