OZ belasting

Gecontroleerd maart 2012

Onroerende zaak belasting (OZB) is een belasting die eigenaren en huurders/gebruikers van onroerende zaken jaarlijks aan de gemeente moeten betalen. Voorbeelden van onroerende zaken zijn woningen en bedrijfspanden, inclusief de grond. De OZB bestaat uit twee delen: het eigenaarsdeel (te betalen door de eigenaar van de onroerende zaak) en het gebruikersdeel (te betalen door de eigenaar/gebruiker of de huurder van de onroerende zaak). Een eigenaar/gebruiker betaalt dus twee delen, een huurder maar één deel. Dit geldt, op een paar niet nader te noemen uitzondering na, voor alle panden. Dus ook voor welzijnsaccommodaties zoals dorps- en gemeenschapshuizen.

Het gebruikersdeel op woningen is per 1 januari 2006 afgeschaft. Dit betekent dat woningbezitters vanaf deze datum alleen nog maar het zogenaamde eigenarendeel hoeven te betalen.

De waarde van de onroerende zaak

De gemeente stelt de waarde van de onroerende zaak (het pand) vast en maakt deze waarde via een beschikking bekend aan de eigenaar en ook, in het geval van verhuur, aan de gebruiker. De beschikking is geen belastingaanslag. De wet geeft de mogelijkheid om tegen de beschikking bezwaar aan te tekenen of er tegen in beroep te gaan (zie verderop).

OZB aanslag

De hoogte van de aanslag wordt bepaald door de waarde van de onroerende zaak te vermenigvuldigen met het gemeentelijke OZB tarief. Dit OZB tarief wordt door de gemeenten vastgesteld. Tegen dit tarief kan geen bezwaar worden aangetekend.

Bezwaar

Tegen de waarde op de WOZ-beschikking en daarmee de aanslag onroerendezaakbelasting kunt u binnen zes weken na dagtekening van de WOZ-beschikking bij de gemeente bezwaar maken. U hoeft nog maar één bezwaarschrift in te dienen, want vanaf 2005 zijn beide zaken gecombineerd. Uiteraard zult u voor een goede onderbouwing van uw bezwaar moeten zorgen. In het taxatieverslag (zie verderop) vindt u hiervoor mogelijk aanknopingspunten.

In een aantal gemeenten kan bezwaar worden gemaakt via het internet op de gemeentelijke website. In andere gevallen zult u zelf het bezwaarschrift binnen de gestelde termijn op het gemeentehuis moeten afgeven en daarvoor een bewijs krijgen. De gemeente doet vervolgens een uitspraak over dit bezwaarschrift. Tegen deze uitspraak van de gemeente kunt u beroep aantekenen bij de rechtbank. Als de rechtbank het beroep afwijst kan hoger beroep bij het Gerechtshof worden ingesteld.

Het taxatieverslag

Iedereen die een WOZ-beschikking heeft ontvangen kan de gemeente verzoeken om een taxatieverslag. Het taxatieverslag van een onroerende zaak vermeldt, naast de aanduiding van het object en de kadastrale gegevens, de aard van het object, het bouwjaar en de grootte van het object. Daarnaast wordt melding gemaakt van bijzondere kenmerken die van belang zijn voor de waardebepaling. Verder geeft het taxatieverslag inzicht in de aansluiting op de markt. Bij niet-woningen, zoals dorps- en gemeenschapshuizen, geschiedt dit door het weergeven van de opbouw van de taxatie (huurwaarde en kapitalisatiefactor of herbouwwaarde en correctiefactoren).
Het taxatieverslag van een pand wordt niet aan derden verstrekt. Wel is het zo dat een belanghebbende het waardegegeven van de onroerende zaak kan opvragen als deze kan aantonen een gerechtvaardigd belang te hebben. Een voorbeeld van iemand met een gerechtvaardigd belang is de gebruiker (huurder).

Wijzigingen aan een pand

Naar aanleiding van een verbouwing, aanbouw, sloop, of andere wijziging beoordeelt de gemeente of de waarde is gestegen. Als de wijziging die plaatsvindt tot gevolg heeft dat de waarde van een pand met 5% of meer stijgt of daalt, wordt een nieuwe taxatie uitgevoerd en een nieuwe WOZ-beschikking afgegeven. Ook hier geldt weer een drempel.

Kijk voor meer informatie op:

www.wozinformatie.nl/publieksinformatie
http://www.waarderingskamer.nl/