Lokale politiek

Geactualiseerd juli 2014

Veel besturen van buurt- en dorpshuizen stellen zich de vraag hoe ze de plaatselijke politiek kunnen beïnvloeden. Dat is een logische vraag, omdat accommodaties voor uiteenlopende zaken afhankelijk zijn van de gemeente. Belangrijk is dat er een goede (persoonlijke) relatie bestaat tussen mensen uit de organisatie en ambtenaren en politici. Op het moment dat je een relatie op moet bouwen, is het zinvol om dat systematisch aan te pakken.

Welke weg moet je bewandelen?

Als je iets wilt, dan is het altijd noodzakelijk je eerst af te vragen welke weg je gaat bewandelen. Wie benader je het eerst?

De meest logische en gebruikte weg is ambtenaar > wethouder > raadslid en in sommige gemeenten ambtenaar > raadslid > wethouder. Als je van die weg afwijkt, dan loop je de kans dat er iemand van deze groepen boos is, omdat hij gepasseerd is. Dat is niet erg, als je het maar weet. Als het niet nodig is, dan moet je het niet doen en anders moet je je fout herstellen.

Tot welke politieke partij richt je je, of moet je alle politieke partijen benaderen? Een partij die het snel met je eens is, hoeft nog niet de partij te zijn die de meeste invloed heeft en dus voor jou veel kan bereiken. Bovendien, als een politieke partij het met jouw belang eens is, kleurt ze dat openbaar vaak partijpolitiek in. Het gevolg kan zijn dat andere partijen dan afstand nemen van je belang. Wel is het netjes dat je alle partijen over je initiatieven informeert.
Plaatselijke verhoudingen bepalen hoe de patronen liggen en hoe de mechanismen werken. Uit oogpunt van belangenbehartiging kun je bij het benaderen van politieke partijen als vuistregel hanteren: Wend je als eerste tot degene die de meeste macht heeft.

Niveaus van besluitvorming

In grote lijnen loopt alles via dezelfde weg, maar in de praktijk maakt het verschil of je een grote of een kleine organisatie vertegenwoordigt en of je in een grote gemeente woont of niet. Met een gemeentelijke herindeling wordt ook het politieke spectrum sterk door elkaar gehusseld.

Belangrijk is dat je zicht hebt op twee afzonderlijke niveaus bij de gemeente.

1. De lokale politieke situatie.

  • Welke partijen hebben een duidelijk standpunt over het onderwerp?
  • Welke partijen steunen het college van Burgemeester en Wethouders?
  • Hoe sterk is de oppositie in de gemeenteraad en wat is hun standpunt? Hoe worden vergelijkbare zaken besproken in de gemeente en welke afdelingen en commissies worden daarbij betrokken?
  • Hoe vindt besluitvorming plaats binnen de verschillende raadsfracties?
  • Wie is de woordvoerder van iedere partij over dit onderwerp, of wie zit in de raadscommissie die over dit onderwerp adviseert?
  • Is het onderwerp onderdeel van een politieke strijd tussen oppositie en coalitie, en wat zijn de standpunten daarin?

2. De (formele) ambtelijke organisatie.

  • Via welke stappen vindt de besluitvorming over het onderwerp plaats?
  • Welke wethouder gaat over dat onderwerp en heeft die zich hier al eens over uitgelaten?
  • In welke raadscommissie of -commissies wordt het onderwerp behandeld, zijn deze openbaar en heb je spreekrecht?
  • Wie is de adviserende ambtenaar en wie is eventueel zijn directe chef en het hoofd van de afdeling?
  • Hoe kan je een gesprek krijgen met de betreffende ambtenaar, de afdelingschef, de wethouder of het college?

Politiek is een spel, maar het is een spel van belangenbehartiging, waarbij belangen in een aantal gevallen tegenover elkaar staan. Zie het als een spel dat door verschillende partijen gespeeld wordt. Onderscheid de formele en de informele regels van het spel. Zie de belangen van anderen en onderscheid heel duidelijk je eigen belangen en profileer die.

Doe je huiswerk goed. Ga na hoe bepaalde zaken bij vergelijkbare instellingen binnen je eigen gemeente zijn geregeld en zoek referenties bij buurgemeenten. Politiek is ook een gevoelskwestie en een wethouder kan vaak niet om maatschappelijke belangen en stromingen heen. Bepaal dus ook de positie van je doelgroep in het geheel en breng dat naar voren.

Het systeem

Het beïnvloeden van de politiek is niet los te zien van de kaders waarbinnen politiek bedreven wordt. De meeste politiek wordt bedreven in het kader van de lokale besluitvormingsorganisatie. In feite zijn er vijf subsystemen die bepalen wat er in de gemeente beslist wordt. Die vijf subsystemen zijn:

  •   Het politieke systeem;
  •   Het bestuurlijke systeem;
  •   Het ambtelijk systeem;
  •   Het adviessysteem;
  •   Het invloedsysteem.

De vijf subsystemen hangen heel nauw met elkaar samen en hebben een eigen taak, rol en verantwoordelijkheid in het systeem. Om maximale invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming moet je de verschillende subsystemen kennen en de mogelijkheden daarbinnen benutten.

Het politieke systeem

Het politieke systeem bestaat uit een aantal elementen:

  1. Verkiezingsprogramma’s. In de verkiezingstijd worden deze gepubliceerd. Voordat het programma klaar is, is ze vaak bespreekbaar, zowel intern als met externe organisaties. Maak daar gebruik van.
  2. Programma’s van samenwerking. Hierin zijn de afspraken vastgelegd tussen de verschillende partijen die het college vormen. Onderwerpen die bij meer fracties in het programma staan, hebben een grotere kans om opgenomen te worden in een programma van samenwerking en dus meer kans om uiteindelijk gerealiseerd te worden.
  3. De oppositie. Deze staat vaak buitenspel in de besluitvorming, maar zoekt wel handvatten om zich duidelijk te profileren naar de bevolking voor een volgende verkiezing. Wanneer het college bepaalde standpunten inneemt, is het soms mogelijk om dat via de oppositie weer op de agenda te krijgen. Vaak is het beter om via de coalitiepartijen je belangen naar voren te brengen, soms kan dat via de oppositie tot een beter resultaat leiden. Politieke voorkeuren van bestuursleden van de eigen organisatie moeten daarbij wel eens aan de kant gezet worden.
  4. Fracties van politieke partijen, met eventueel fractiecommissies, fractiebestuur en fractievoorzitter. Deze vormen de bestuurlijke organisatie van de partij in de gemeenteraad. Hier worden de politieke afwegingen gemaakt over de standpunten die men inneemt bij belangrijke beslissingen. Indien je raadsleden persoonlijk kent of wil aanspreken, moet je afwegen met wie je het beste een afspraak kan maken.
  5. Afdelingsbestuur. Dit is het bestuur van de partij en heeft weinig directe politieke invloed. De indirecte politieke invloed bestaat eruit dat zij een belangrijke inbreng hebben bij de kandidatuur van gemeenteraadsleden en het samenstellen van het verkiezingsprogramma.
  6. Ledenvergadering. Dit is bij veel partijen het orgaan waar uiteindelijk het afdelingsbestuur verantwoording aan moet afleggen, waar de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezing wordt vastgesteld en waar het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld.

Het bestuurlijke systeem

De vijf bestuursorganen op gemeentelijk niveau zijn:

  1. De burgemeester.
    In het college heeft de burgemeester stemrecht, in de raad niet, daar is hij alleen voorzitter van de vergadering. In kleine gemeenten heeft de burgemeester vaak één of meer (politieke) portefeuilles onder beheer. In grote gemeenten heeft hij vaak een sterke organisatorische en representatieve functie. Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur (2002) is de burgemeester geen lid meer van de gemeenteraad en heeft hij alleen nog maar de bestuurlijke en uitvoerende taak.
  2. De gemeenteraad.
    De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan. Een aantal zaken die bij wet geregeld zijn, vallen buiten de bevoegdheid van de raad en sommige zaken zijn gedelegeerd naar het college, bijvoorbeeld personeelszaken. De raad neemt de formele besluiten over zaken die in de gemeente geregeld worden. In de raadsvergaderingen wordt in feite alleen het politieke spel gevoerd, maar de besluiten zijn allemaal al besproken in de commissievergaderingen en daar zijn de standpunten al bepaald. De voorstellen worden door het college in de raad gebracht en kunnen daarna pas worden uitgevoerd. Als je invloed wilt uitoefenen op standpunten, dan moet je dat doen vóórdat de zaken in de raad komen. Het informeel bestaande recht van initiatief en recht van amendement zijn in de wet verankerd. Ook hebben raadsleden sinds 2002 naast de raadsgriffie recht op ambtelijke bijstand en mogen zij in de vorm van een raadsenquête een onderzoek laten doen. Tot slot heeft elke gemeenteraad een rekenkamer ter beschikking die onderzoek doet, zodat de raad haar controletaak goed kan vervullen.
  3. Het college van Burgemeester en Wethouders.
    In grote gemeenten is het wethouderschap een fulltime baan. In kleinere gemeenten is het vaak een parttime baan. De wethouders hebben de taken onderling verdeeld (portefeuilles). Formeel neemt het college besluiten. In de praktijk zullen over minder belangrijke zaken door de betreffende wethouder zelfstandig beslissingen genomen worden. Het is belangrijk om te weten of een bepaalde zaak meer of minder belangrijk is en dus hoe het besluit genomen wordt. Het college opereert vaak als een collectief. Wethouders werken soms jaren intensief met elkaar samen en willen bovendien graag doen wat zij belangrijk vinden en laten dus de ander doen wat die belangrijk vindt. Bij echte politieke verschillen gaat het natuurlijk niet zo. De invloed van elke wethouder is daarbij niet even groot. Al met al is de portefeuillehouder binnen het politieke systeem de belangrijkste schakel. Als die tegen is, wordt het heel moeilijk. Als die vóór is, heb je al veel gewonnen. Een wethouder wordt benoemd door de raad en is dus (vaak) ook lid van een politieke partij. Hoewel deze onafhankelijk van de gemeenteraad staat, kan dit wel een rol van betekenis spelen. Ook zijn sinds de invoering van de dualisering (2002) de burgemeester en de wethouders geen lid meer van de gemeenteraad en heeft het college van B&W dankzij deze wet alleen nog maar bestuurlijke en uitvoerende taken. Terwijl voordien het college van B&W gezien kon worden als het dagelijks bestuur en de gemeenteraad als het algemeen bestuur.
  4. Raadscommissies zijn commissies van advies en bijstand van het college van Burgemeester en Wethouders.
    Zij brengen adviezen uit over voorstellen die het college aan de raad wil doen. Raadscommissies zijn niet verplicht. Ze zijn wel gebruikelijk geworden. Er zijn commissies die alleen bestaan uit raadsleden en er zijn er waar raadsleden én burgers in zitten. De raadscommissie is om meerdere redenen heel belangrijk. Als ze openbaar vergaderen -en ook dat is niet verplicht- dan is de commissievergadering het moment waarop voor het eerst publiek over een bepaalde zaak wordt gesproken. De raadscommissie is na de portefeuillehouder het belangrijkste doelwit om invloed uit te oefenen. Bovendien kan een commissie in de rondvraag onderwerpen aan de orde stellen die niet op de agenda staan. In een groot aantal gevallen is het gebruikelijk dat niet-raadsleden spreektijd aan kunnen vragen over een onderwerp dat op de agenda staat. Vraag vooraf aan de griffier van de raad op welke wijze je daar gebruik van kan maken.
  5. De gemeentelijke rekenkamer. Deze wordt door de raad ingesteld en de leden worden door de raad benoemd. De rekenkamer doet onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. De belangrijkste reden voor de invoering van de rekenkamer is de mogelijkheid voor de raad om hun controlerende taken goed uit te voeren.

Het ambtelijk systeem

De ambtelijke organisatie werkt in opdracht van het college van Burgemeester en Wethouders en van de gemeenteraad. De gemeentesecretaris staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie. De gemeentesecretaris speelt geen formele rol binnen de raad, maar hij werkt achter de schermen.

De machtspositie van het ambtelijk apparaat kan van invloed zijn. Naast de traditionele machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) is er informeel ook nog de zogeheten ambtelijke macht. De ambtenaren die in de gemeente werken zijn vaak al jaren werkzaam binnen die gemeente en daarmee ook langer dan de bestuurders en politici. Hierdoor kan de invloed van de ambtenaren niet genegeerd worden en kan een goede relatie met de ambtenaren bijdragen aan het doel dat je gesteld hebt. De relatie met een ambtenaar is altijd een onderlinge vertrouwenszaak die opgebouwd wordt door soms jarenlange contacten. Het is zaak dat meerdere bestuursleden betrokken zijn in die relatie zodat bij bestuurswisselingen de relatie door kan gaan.

De raadsgriffier bestaat sinds 2002 als nieuw onderdeel. De raadsgriffie ondersteunt de gemeenteraad bij de uitoefening van haar taak. Waar de ambtenaren van de gemeente het college ondersteunen, doet de griffie dit bij de gemeenteraad.

Het adviessysteem

Er zijn talloze adviescommissies. Sommige zijn wettelijk voorgeschreven, zoals een welstandscommissie, sommige heeft de gemeente op eigen initiatief geïnstalleerd.

Twee vragen zijn van belang als je iets van de gemeente wilt. Op de eerste plaats: Is er een adviescommissie voor die betreffende zaak? Op de tweede plaats: Wat is de status van die commissie? Zijn hun adviezen bindend of zijn ze alleen meningvormend?

Het invloedsysteem

Met het invloedsysteem worden personen of groepen bedoeld die niet formeel, maar feitelijk wel van belang zijn en invloed uitoefenen op de besluiten van overheidsorganen.
Bijvoorbeeld: Natuurlijk heeft Philips invloed in Eindhoven en had de pastoor of dominee vroeger veel invloed op de christelijke politiek. Vaak is het echter niet zo duidelijk en is het een hele kunst te achterhalen hoe deze beïnvloedingslijnen liggen. Ontmoeten mensen elkaar bij het golfen of in de volkstuin, zijn het vroegere studiegenoten of kunnen ze elkaar niet luchten of zien? Vaak zijn deze kanalen en patronen niet waarneembaar. Maar als je er zicht op hebt, dan kun je er gebruik van maken.

Schematisch figuur

Hieronder een schematisch figuur ter verduidelijking van het gemeentebestuur en de verschillende groepen en de verhouding daartussen.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.