Statuten

Iedere stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid moet bij inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel een statuut hebben. In veel gevallen heeft men daarnaast ook een huishoudelijk reglement.

In de statuten staan de formele zaken waarvan bij wet bepaald is dat deze in de statuten beschreven moeten worden. Daarnaast kunnen oprichters van een stichting of vereniging andere bindende zaken bepalen in de statuten. Het samenstellen van de statuten is de verantwoordelijkheid van het oprichtingsbestuur. In veel gevallen wordt gebruik gemaakt van voorbeelden van vergelijkbare organisaties of van standaardvoorbeelden van de notaris of een jurist.

De notaris -of een bevoegd jurist- moet erop toezien dat alle wettelijke verplichtingen voor een statuut inderdaad opgenomen zijn en er geen zaken opgenomen zijn die in strijd zijn met de wet. In andere zaken heeft de notaris een adviserende rol. Bij twijfel over de inbreng van de notaris is het goed om een (andere) jurist te raadplegen.

Het huishoudelijk reglement is een zuiver interne aangelegenheid voor de stichting of de vereniging. Hierin worden allerlei ‘huishoudelijke’ zaken geregeld waar het bestuur en andere verantwoordelijke personen of organen zich aan moeten houden. Zaken die in het huishoudelijk reglement zijn geregeld kunnen te allen tijde worden gewijzigd (in overeenstemming met hetgeen daarover in de statuten en/of het huishoudelijk reglement is vastgelegd). Het huishoudelijk reglement hoeft verder niet door een notaris of jurist vastgesteld te worden en daarmee ook niet bij de Kamer van Koophandel.

Klik hier voor een voorbeeld van statuten van een stichting.

Hieronder zijn een aantal zaken genoemd die in de statuten en huishoudelijk reglement van een stichting of vereniging opgenomen kunnen worden. Het is belangrijk dat het bestuur bij oprichting of bij wijziging zich bij alle onderdelen afvraagt wat zij opgenomen wil hebben en op welke manier.
In veel gevallen is het een goede zaak om hiervoor ook een jurist of een notaris te raadplegen. Als uw provincie een steunpunt voor dorpshuizen heeft, adviseren we u ook daar te informeren.

Statuten voor een stichting

In de statuten voor een stichting moeten minimaal de volgende zaken worden opgenomen:

  1. Naam en zetel
  2. Doel en middelen
  3. Vermogen
  4. Bestuur: samenstelling, benoeming, defungeren
  5. Bestuur: taak en bevoegdheden
  6. Bestuur: vertegenwoordiging
  7. Besluitvorming
  8. Boekjaar en jaarstukken
  9. Statutenwijziging
  10. Ontbinding

Statuten voor een vereniging

Voor de statuten van een vereniging gelden in grote lijnen dezelfde zaken als voor een stichting. Het grote verschil tussen beide rechtspersonen zit in het hebben van leden.
Zaken met betrekking tot leden moeten daarom ook opgenomen worden. Statuten van een vereniging kunnen onder andere de volgende bepalingen bevatten:

  1. Naam en zetel
  2. Doel
  3. Middelen
  4. Geldmiddelen
  5. Leden
  6. Aanmelding lidmaatschap
  7. Beëindiging lidmaatschap
  8. Schorsing lidmaatschap
  9. Rechten en plichten
  10. Organen
  11. Algemene Vergadering
  12. Algemeen Bestuur
  13. Dagelijks Bestuur
  14. Werkgroepen
  15. Geschillencommissie
  16. Commissies
  17. Adviseurs
  18. Schorsing in en ontheffing uit een functie
  19. Beheer
  20. Rechtsgeldigheid van besluiten
  21. Huishoudelijk Reglement
  22. Tegenstrijdig belang
  23. Statutenwijziging
  24. Ontbinding
  25. Stemmen
  26. Onvoorziene gevallen
  27. Slotbepalingen