Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Welzijnsaccommodaties als dorps- en gemeenschapshuizen worden opgericht ten behoeve van de gemeenschap en bestuurd door mensen. Deze mensen hebben zich meestal georganiseerd in een stichting en soms in een vereniging. De stichting en de vereniging zijn rechtspersonen waarin de rechten en plichten van natuurlijke personen zijn ondergebracht. In dit artikel komen alleen de stichting en de vereniging aan bod aangezien dit de gebruikelijke organisatievormen zijn van instellingen met een maatschappelijk doel. Kijk voor meer informatie over rechtsvormen bij: keuze rechtsvorm, statuten en huishoudelijk reglement.

Inrichting

Een vereniging heeft leden. Wie lid wordt van een vereniging krijgt de rechten en plichten die aan het lidmaatschap zijn gekoppeld. De rechten zijn: het mogen bijwonen van de algemene ledenvergadering en het hebben van stemrecht. De plichten zijn: het zich houden aan de door de vereniging gestelde regels en het betalen van contributie. Binnen de verenigingsstructuur hebben we op grond van de wet in ieder geval te maken met: de algemene ledenvergadering, het bestuur, afdelingen en commissies. Deze personen of groepen van personen worden organen genoemd.
Binnen de vereniging is het hoogste orgaan de algemene ledenvergadering. Zij heeft alle bevoegdheden behalve die door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
Enkele bevoegdheden liggen verplicht bij de algemene ledenvergadering (ALV):

  • het recht bestuurders te benoemen
  • het recht van statutenwijziging
  • het recht de vereniging te ontbinden

De ALV heeft ook de mogelijkheid (macht) om op elk moment een bestuur of bestuurslid uit zijn/haar functie te zetten of te schorsen. Tenzij dit in strijd zou zijn met de ‘goede trouw’.
De stichting kent in tegenstelling tot de vereniging geen leden. De wet kent voor de stichting alleen het bestuur als orgaan.

Bestuur

Het bestuur van de vereniging moet in beginsel door de ALV uit de leden worden benoemd. Maar de wet staat ook toe dat bestuursleden door anderen worden benoemd, bijvoorbeeld door werknemers of uit organisaties waarmee de rechtspersoon een bepaalde band heeft.
Het bestuur van de stichting wordt in aanvang doorgaans gevormd door de oprichters die in de loop der tijd zelf voor opvolgers zorgen.
Vereniging en stichting kennen doorgaans naast een algemeen bestuur een dagelijks bestuur.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vereniging
Het bestuur is belast met de leiding. Dat wil zeggen:

  • het vaststellen van beleid
  • het nemen van initiatieven daartoe
  • het organiseren van activiteiten
  • het aanstellen en ontslaan van werknemers
  • het beheer over het vermogen.
  • verenigingstechnische taken, zoals het bijeenroepen van de ALV, kunnen ook bestuurstaken zijn.

Bepaalde bevoegdheden, zoals de beslissing over toelaten van leden of het bijeenroepen van de algemene vergadering, kunnen ook statutair aan het bestuur worden ontnomen. Maar dit mag niet zover gaan dat er van feitelijk bestuur geen sprake meer is.

Besturen nemen besluiten. De wet en de statuten geven voorschriften om tot besluitvorming te komen. Als niet aan de voorschriften is voldaan kunnen besluiten nietig of vernietigbaar zijn. Nietige besluiten hebben geen enkele rechtskracht. Vernietigbare besluiten wel (gelden dus als besluit) zolang ze niet door de rechter vernietigd worden.

Stichting

  • Hoofdregel is dat het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  • Zowel de statuten als de wet kunnen de bestuursbevoegdheden beperken.
  • Een in de wet genoemde beperking is het niet mogen kopen/verkopen van onroerende goederen (het zogenaamde registergoederen artikel). In de statuten kan daarentegen bepaald worden dat het bestuur wel die bevoegdheid hiertoe krijgt.
  • Een voorbeeld van in statuten opgenomen beperking is het eisen van goedkeuring of instemming van een ander orgaan (bijvoorbeeld van een raad van toezicht) voor handelingen die boven een bepaald bedrag uitgaan.

Vertegenwoordiging

Rechtspersonen kunnen alleen via natuurlijke personen aan het rechtsverkeer deelnemen. Verenigingen en stichtingen worden vertegenwoordigd door hun bestuur. Op deze hoofdregel zijn alleen de volgende afwijkingen mogelijk:

  • De statuten kunnen bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid in plaats van aan het bestuur, toekomt aan één of meerdere bestuurders afzonderlijk of gezamenlijk.
  • De statuten kunnen bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid, behalve aan het bestuur, ook toekomt aan één of meerdere bestuurders (afzonderlijk, gezamenlijk, of met anderen).
    Er moeten altijd één of meer bestuurders de rechtspersoon (vereniging of stichting) kunnen vertegenwoordigen. Als de statuten een beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid bevatten, dan is deze alleen geldig binnen de vereniging of stichting en niet ten opzichte van derden. Zo’n beperking zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat bestuurders geen betalingen mogen doen die een bepaald bedrag te boven gaan.

NB. Een bestuur van een vereniging of stichting dat op grond van de statuten uit vijf bestuursleden bestaat blijft bestuursbevoegd, ook al voldoet ze niet langer aan het voorgeschreven aantal. Het is een veel voorkomend misverstand dat een niet meer voltallig bestuur niet meer bestuursbevoegd zou zijn. Wel moet uiteraard worden gelet op de vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Aansprakelijkheid

Bij rechtspersonen is er sprake van interne en externe aansprakelijkheid.

Externe aansprakelijkheid

De aansprakelijkheid naar buiten (derden) wordt door het oprichten van een rechtspersoon van het bestuur overgenomen. Toch kunnen bestuurders, ook al treden zij in functie op, persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als zij ten opzichte van derden een onrechtmatige daad plegen. Bewust benadelen van schuldeisers is een voorbeeld van onrechtmatig handelen. Als aan zo’n schade veroorzakende handeling een bestuursbesluit ten grondslag ligt dan kunnen alle bestuursleden die vóór hebben gestemd worden aangesproken. Gelukkig is er pas sprake van een onrechtmatige daad als er een bewijs van schuld en onrechtmatigheid is. Vervolgens moet er ook verband worden aangetoond tussen de daad en de veroorzaakte schade.

Interne aansprakelijkheid

Als bestuursleden hun taak niet naar behoren vervullen blijven de bestuursleden ten opzichte van de rechtspersoon aansprakelijk. Wat ‘behoorlijk’ is wordt vastgesteld aan de hand van de omstandigheden. Een niet behoorlijke taakvervulling is bijvoorbeeld als men in strijd met de statuten of bestuursbesluiten handelt. Daarbij gaat het betrokken wetsartikel uit van een bepaalde taakverdeling binnen het bestuur. Iedere bestuurder is aansprakelijk voor zijn of haar taak of werk. Zo is dus de penningmeester aansprakelijk in financiële zaken.

Besturen van welzijnsaccommodaties kunnen verder onder bepaalde omstandigheden ook te maken krijgen met de wet bestuurdersaansprakelijkheid (de 2e anti – misbruikwetgeving) Kijk voor meer over dit onderwerp bij bestuursaansprakelijkheid.

Wettelijk toezicht

Anders dan bij de vereniging geeft de wet voor de stichting aan het Openbaar Ministerie en de rechtbank bevoegdheden tot controle en ontslag van stichtingsbesturen. In bepaalde gevallen kan het Openbaar Ministerie het bestuur om inlichtingen vragen. Een bestuurder die iets doet of nalaat in strijd met de wet of statuten of die zich schuldig maakt aan wanbeheer kan worden ontslagen door de rechtbank.