Vrijwilligersvergoeding

geactualiseerd februari 2019

De regeling is van toepassing op dorps- en buurthuizen (stichtingen en verenigingen) die niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting of daarvan zijn vrijgesteld. De vrijwilligersvergoeding is een wettelijke regeling met het karakter van een onkostenvergoeding. Aan een vrijwilliger mag per maand maximaal € 170,- belastingvrij worden uitbetaald tot een maximum van € 1.700,- per jaar, zonder dat daarvoor bonnetjes en rekeningen hoeven te worden overlegd. Er is geen sprake van een marktconforme beloning wanneer een vrijwilliger, die ouder is dan 22 jaar, een vergoeding van maximaal € 5,00 per uur ontvangt. Voor belastingvrije vergoedingen aan personen jonger dan 22 jaar is dat maximaal € 2,75 per uur, zie de site van de belastingdienst.

De regeling kent een aantal voorwaarden:

  • Uit de administratie van het dorps- of buurthuis moet blijken aan wie, waarvoor en gedurende welke periode is betaald.
  • Als er een periode geen vrijwilligerswerk wordt verricht (vakantie, ziekte e.d.) dan mag er geen vergoeding worden uitbetaald.
  • De vergoeding mag bij meer dan één organisatie worden ontvangen. De maximale vergoeding van € 1.700,- per jaar geldt dan voor de gezamenlijke bedragen die bij de verschillende organisaties als vrijwilligersvergoeding worden ontvangen.
  • De werkzaamheden mogen ‘niet bij wijze van beroep’ worden uitgeoefend. Er wordt gekeken of de beloning van de vrijwilliger in overeenstemming is met het werk. Wanneer dit niet het geval is dan wordt het ook niet gezien als ‘bij wijze van beroep’ (een vrijwilligersvergoeding zal immers altijd lager zijn dan de kosten voor een beroepskracht).
  • Zodra de vergoeding die door de vrijwilliger wordt ontvangen boven de genoemde forfaitaire bedragen uitkomt, moet de vergoeding plaats vinden op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

Werkelijk gemaakte kosten

Wanneer gemaakte kosten aantoonbaar zijn (bonnetjes e.d.) en volledig worden gedekt door een financiële vergoeding is er sprake van een reële onkostenvergoeding. Dit kan meer zijn dan de hiervoor genoemde € 1.700,-. Deze vergoeding mag echter niet bovenmatig zijn. Is er wel sprake van een bovenmatige vergoeding dan kan die vergoeding worden gezien als loon.
Als de vrijwilliger een vergoeding ontvangt voor daadwerkelijk gemaakte kosten die hoger is dan € 170,- per maand of € 1.700,- per jaar, dan is deze vergoeding toch belastingvrij. Het gaat dan immers om werkelijke kosten en niet om verkapt loon. Indien in een maand voor daadwerkelijk gemaakte kosten de €170 norm wordt overschreden, mogen die maand geen uren worden vergoed.

Zie ook de website van de belastingdienst:

Reiskosten

Besturen kunnen vrijwilligers de kosten voor openbaar vervoer of vervoer met de eigen auto vergoeden. In principe zijn hiervoor twee manieren: de daadwerkelijk gemaakte kosten vergoeden of een vrijwilligersvergoeding verstrekken (maximaal € 170,- per maand met een maximum van € 1.700,- per jaar, zie hierboven). Let op: een combinatie van deze twee manieren is niet mogelijk!!

De reiskosten per openbaar vervoer zijn te onderbouwen met bijvoorbeeld een uitdraai van de persoonlijke pagina van de OV chipkaart. Bij gebruik van de eigen auto verschillen de daadwerkelijke kosten per merk en type, omdat de vergoeding kostendekkend mag zijn. De ANWB heeft staatjes met daarin de kosten voor bijna elk autotype, deze zijn bruikbaar voor de onderbouwing van de kilometervergoeding. De maximale belastingvrije vergoeding van € 0,19 per kilometer voor werknemers is hier dus niet van toepassing.

Vrijwilligersvergoeding boven de normen

Wanneer de vrijwilligersvergoeding boven de norm van € 170,- per maand en/of € 1.700,- per jaar komt (en niet geheel onderbouwd kan worden als werkelijk gemaakte kosten), moet dit aangegeven worden bij de belastingdienst. Het bestuur van het dorps- of buurthuis moet hiervoor aangifte doen met een IB 47 formulier. De vrijwilliger zal het op de jaarlijkse belastingaangifte moeten vermelden als inkomen. Zie voor meer informatie over aangifte doen de website van de belastingdienst.