Wet maatschappelijke ondersteuning

Geactualiseerd oktober 2016

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is per 1 januari 2015 ingevoerd. Het is de opvolger van de ‘oude’ Wmo die in 2007 van start ging. De wet vormt de basis van het stelsel van Zorg en Welzijn. Dit stelsel bestaat naast de Wmo 2015 ook uit de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw).

In de Wmo 2015 wordt de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang geregeld.De overheid wil met deze wet bevorderen, dat mensen zo lang mogelijk in eigen buurt of dorp kunnen blijven wonen. De zelfredzaamheid staat in de nieuwe wet voorop. Er wordt dus meer verwacht van het eigen initiatief van de burger en van het sociale netwerk. Mensen die kwetsbaar zijn moeten meer zorg en ondersteuning krijgen van andere burgers, zodat deze mee kunnen doen aan de samenleving. ‘Meedoen’ is kort samengevat hét maatschappelijk doel van de Wmo.

Gemeenten

De gemeente staat dichter bij de eigen inwoners en is daarom in staat maatwerk te bieden. Gemeenten hebben veel vrijheid om lokaal hun eigen beleid in te richten. In de vorige Wmo moesten gemeenten aandacht besteden aan 9 thema’s, de zo geheten prestatievelden. In de nieuwe Wmo 2015 zijn deze vervangen door drie doelen:

1. Het bevorderen van sociale samenhang, de mantelzorg, het vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld.

2. Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.

3. Het bieden van opvang. Hieronder vallen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg.

Van oudsher pakken Dorpshuizen vooral hun rol binnen doel 1. Zij zijn een belangrijke schakel bij het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid. Echter er liggen veel meer kansen in de Wmo 2015, vooral bij doel 2. Als dorpshuizen deze kansen grijpen brengt dat een toename van verantwoordelijkheden met zich mee, maar tegelijk een versterking van de eigen positie. Even op een rij wat een dorpshuis kan doen binnen de doelen 1 en 2. Doel 3 laten we buiten beschouwing.

Doel 1:

Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten. Dorpshuizen zijn een onderdeel van de sociale infrastructuur van dorpen en wijken en als zodanig belangrijk voor de leefbaarheid en de sociale samenhang voor het dorp en de wijk. Deze rol is duidelijker als hij expliciet genoemd wordt in een gemeentelijke beleidsnotitie of in de visie van een dorpshuis. In een dorpshuis zijn de activiteiten niet alleen een doel op zich, maar ook een middel voor participatie en ontmoeting. Om goed vorm te geven aan dit doel zijn er vragen die een dorpshuis zichzelf kan stellen. Ben ik een ‘Huis van het (hele) dorp’ of ben ik een huis voor de verenigingen die alleen faciliteert en exploiteert? Hoe zit het met de openingstijden? Is het dorpshuis ook op momenten waar eenzaamheid kan toeslaan geopend, zoals weekenden, feestdagen en vakanties? Door de visie en missie van het dorpshuis nog eens onder de loep te nemen kunnen andere gesprekken met de gemeente ontstaan en kunnen meer en andere bewoners gebruik gaan maken van het dorpshuis.

In menig gemeente is er een Steunpunt Mantelzorg die over allerlei informatie beschikt en allerhande lezingen, workshops en bijeenkomsten verzorgt. Een dorpshuis kan contact opnemen met deze organisatie om ervoor te zorgen dat de informatie ook makkelijk toegankelijk wordt voor bewoners uit het dorp.

Gemeenschapshuizen werken met veel vrijwilligers. De gemeente is verplicht vrijwilligerswerk te stimuleren en te ondersteunen. Als behoefte bestaat aan ondersteuning, bijvoorbeeld als het gaat om een vrijwilligersverzekering, hoort de gemeente u te helpen. Bepaalde gemeenten hebben een vrijwilligerssteunpunt in andere gemeenten regelt de gemeente het vrijwilligerswerk zelf. Per 1 januari is ook de Participatiewet ingegaan. Op basis daarvan heeft het eventuele vrijwilligerssteunpunt of de gemeente de taak om vrijwilligers te plaatsen. Dorpshuizen kunnen mensen ‘in dienst’ nemen die vanuit de Participatiewet op zoek zijn naar vrijwilligerswerk. Dat kunnen mensen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarmee wordt het dorpshuis partner van de gemeente ook op het gebied van arbeidsparticipatie.

Doel 2:

Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.

De tijd dat mensen met een beperking vanzelfsprekend in instituten terecht kwamen, min of meer afgezonderd van de rest van de samenleving, is allang voorbij. Zelfstandig wonen met wat ondersteuning of begeleid wonen blijkt zowel voor mensen met een verstandelijke beperking als bijvoorbeeld voor mensen die psychiatrische hulp nodig hebben, een mooie oplossing. Ook ouderen blijven steeds langer in de eigen woning, dankzij allerlei vormen van hulp aan huis en dankzij het steeds betere aanbod in de eigen omgeving van diensten op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Dit geldt echter ook voor ouderen die gezondheidsproblemen ontwikkelen of die voorheen naar een verzorgingshuis zouden gaan.

Hoe betrek je deze mensen bij (nieuwe) activiteiten in het gemeenschapshuis? Faciliteer je voldoende om deze groepen iets te bieden? Is er plek voor ontmoeting? Sta je open voor dergelijke groepen? Staan de aanbieders van activiteiten open voor deze groepen mensen? Zijn je vrijwilligers kundig (genoeg) om te gaan met deze groepen mensen? Door hier als dorpshuis aandacht voor te hebben, ontstaan er andere gesprekken met de gemeente en kunnen er samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld zorginstellingen ontstaan.

Er zit nog een heel andere praktische kant aan dit doel: voor mensen met bijvoorbeeld een lichamelijke beperking en voor ouderen (met beginnende dementie) moeten accommodaties minstens goed bereikbaar en toegankelijk zijn. Zelfstandig functioneren lukt alleen als de randvoorwaarden er zijn.

Wmo-scan

Met de invoering van de Wmo ontstaan vele mogelijkheden voor dorpshuizen. Er is een Wmo-scan voor dorpshuizen ontwikkeld. Informeer ernaar bij uw provinciale steunpunt van dorpshuizen.

Andere partijen

Het kan zijn dat commerciële en niet commerciële partijen u eerder weten te vinden dan de gemeente om doelstellingen van de Wmo 2015 te realiseren. Verdiep u in de mogelijkheden! Nee zeggen kan altijd nog. Mogelijke partners zijn:

  • Woningbouwcorporaties
  • Zorginstellingen
  • Welzijnsinstellingen
  • Sportorganisaties
  • Scholen
  • Dorpsbelangen/dorpsraden/wijkraden
  • Etc.

Heeft u vragen over de samenwerking met (professionele) organisaties? Uw provinciale steunpunt kan u van dienst zijn.

Decentralisatie AWBZ en Wmo

De Wmo 2015 heeft een nog grotere spanwijdte gekregen door de decentralisatie van delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Iedereen kan door ziekte of een handicap afhankelijk worden van langdurige zorg en ondersteuning. Deze ondersteuning werd voorheen gefinancierd door de AWBZ. Dit is veranderd voor de begeleiding van mensen die niet in een instelling wonen. Vanaf 2015 zijn gemeenten hiervoor verantwoordelijk. Wat houdt deze begeleiding eigenlijk in? Begeleiding kan vele vormen aannemen. Sommige mensen worden individueel geholpen, anderen mogen gebruik maken van een dagopvang. Soms gaat het over het ondersteunen bij de financiële administratie, soms over persoonlijke verzorging en soms worden mensen geholpen bij het plannen van activiteiten. In alle gevallen is de begeleiding erop gericht dat de mensen thuis kunnen blijven wonen en niet in een instelling. De begeleiding wordt uitgevoerd door een groot aantal zorgorganisaties zoals: Plurijn, Siza, RIBW, GGZ etc.

Dorpshuizen en dagopvang

Waarom is het voor dorpshuizen interessant dat de gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn? Dit heeft met de Wmo 2015 te maken. Deze wet is erop gericht dat iedereen mee kan doen. Gemeenten zullen er dus op gaan inzetten dat steeds meer mensen met een beperking meedoen in het dorp, en dus ook in uw dorpshuis. Hierbij wordt nadrukkelijker gekeken naar de talenten van mensen. Naar datgene wat iedereen kan bijdragen aan de eigen omgeving. Wat zouden ze kunnen bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp? Is uw accommodatie geschikt te maken voor de dagopvang en zou er via het dorpshuis ontmoeting kunnen plaatsvinden tussen mensen met en zonder een geestelijke beperking? Wellicht zijn er verenigingen binnen uw dorpshuis die meer willen doen met deze groep? Uw provinciale steunpunt of koepel wil graag met u kijken naar de mogelijkheden.

Meer informatie

Brochure:

Brochure-het-dorpshuis-en-de-wmo (2016)

Relevante websites:

www.zorgwijzer.nl/faq/wmo
www.minvws.nl
www.gemeente.nu
www.vng.nl